Vlaamse Overheid - Mercator

er:er_windturb_verg ps:ps_hbtrl lc:lc_bos_vdm_inbo
Service health Now:
Interface
Web Service, OGC Web Map Service 1.3.0
Keywords
WMS, INSPIRE, View Service, Mercator, Lijst M&R INSPIRE
Fees
NONE
Access constraints
Gebruiksvoorwaarden zie https://www.milieuinfo.be/dms/d/a/workspace/SpacesStore/64e1bd31-8ba6-4e43-9e8d-3a1078075f31/Gratis%20Open%20Data%20Licentie.pdf
Supported languages
dut
Data provider

Vlaamse Overheid - Mercator (unverified)

Contact information:

ir Marleen Van Damme

Vlaamse Overheid - Mercator

Tramstraat 52, 9000 Zwijnaarde, Belgium

Email: 

Service metadata

Ads by Google

Publieke View Service van Mercator

Available map layers (184)

Protected Sites (oe_insp:PS.ProtectedSite)

INSPIRE - beschermde gebieden - Aanduidingsobjecten - Onroerend Erfgoed

Protected Sites - Ramsar (anb_insp:PS.ProtectedSite-Ramsar)

INSPIRE - beschermde gebieden - Agentschap voor Natuur en Bos - Ramsar-gebieden

Protected Sites - Birds (anb_insp:PS.ProtectedSite-birds)

INSPIRE - beschermde gebieden - Vogelrichtlijngebieden

Protected Sites - Habitat (anb_insp:PS.ProtectedSite-habitat)

INSPIRE - beschermde gebieden - Habitatrichtlijn(deel)gebieden

Bekrachtigde archeologienota’s en nota’s (am:am_archnts)

Deze laag toont de polygonen van de gebieden die onderzocht werden in functie van de opmaak van bekrachtigde archeologienota’s en nota’s. Conform hoofdstuk 5 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 zijn dergelijke bekrachtigde archeologienota’s en nota’s in bepaalde gevallen verplicht te bekomen in functie van de aanvraag van een omgevingsvergunning of als voorwaarde bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning. De bekrachtigde archeologienota’s en nota’s bevatten in hoofdzaak twee elementen: - de resultaten van een archeologisch vooronderzoek; - en de maatregelen die nodig zijn om de wetenschappelijke kennis te vrijwaren die vervat zit in het eventueel aanwezige archeologisch erfgoed dat bedreigd is met vernieling door de uitvoering van de omgevingsvergunning. Alle bekrachtigde archeologienota’s en nota’s zijn publiek ontsloten op https://loket.onroerenderfgoed.be/archeologie/notas/

Beheersplannen onroerend erfgoed (am:am_bhpl_oe)

Bij het beheer van onroerend erfgoed is het belangrijk na te denken over de ambities op langere termijn. Die kan je concretiseren in een beheersplan: een document waarin je onder meer vastlegt welke werkzaamheden waar en wanneer nodig zijn. Zo een beheersplan kan je opstellen voor alle onroerend erfgoed en voor erfgoedlandschappen.

Erfgoedlandschappen (am:am_erfgls)

Een erfgoedlandschap is een groter ruimtelijk geheel van erfgoedelementen en - waarden, ingebed in een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP).

Gebieden waar geen archeologie te verwachten valt (am:am_gn_arch)

Gebieden waar geen archeologie te verwachten valt

Luchtvaartadvieskaart Vlaanderen (am:am_lva_vct)

Deze kaart geeft aan of er om advies moet verzocht worden bij het aanvragen van bouwvergunning voor een constructie die omwille van haar hoogte een invloed kan hebben op de luchtvaart: als de geplande constructie de op de kaart aangegeven hoogte overschrijdt, moet aan Het Directoraat-Generaal Luchtvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer om advies gevraagd worden. De hoogte aangegeven op de kaart, wordt bepaald door de Vlaamse minister bevoegd voor ruimtelijke ordening, rekening houdend met het gezamenlijk voorstel van de federale ministers bevoegd voor de Luchtvaart en Defensie. Deze hoogte wordt per gemeente of per duidelijk omschreven gebied bepaald teneinde de burgerlijke en militaire luchtvaartterreinen, de visuele luchtvaartroutes, de militaire luchtvaartzones en de burgerlijke en militaire luchtvaartinstallaties voor communicatie, navigatie en toezicht (CNS) te beschermen. (Artikel 35, ?16 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. (B.S. 2016-02-23; NUMAC: 2016035143)) Deze kaart ligt ter goedkeuring bij de Vlaamse minister.

Restwarmtepotentieel bij grote installaties met elektriciteitsopwekking en afvalverbrandingsinstallaties (2012) (er:er_aanb_afvverbr_restwarmte_ptn_2012)

De 'Warmtekaart Vlaanderen' werd in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie. De voornaamste producten zijn kaarten met warmtevraag en warmte-aanbod voor de huidige situatie (2012) en een kaart met kansrijke gebieden voor warmterecuperatie en warmtenetten in de toekomst, en dit beiden voor het grondgebied Vlaanderen. De studie werd uitgevoerd door VITO in samenwerking met de distributienetbeheerders Eandis en Infrax. Het bijhorende rapport kan u hier raadplegen: www.energiesparen.be/warmtekaart . -- Algemene omschrijving: Dit onderdeel bevat twee kaartlagen. Ze bieden een overzicht van het restwarmtepotentieel van enerzijds installaties voor elektriciteitsopwekking met een totale jaarlijkse elektriciteitsproductie van meer dan 20 GWh en anderzijds afvalverbrandingsinstallaties. Het gaat hier om installaties die in 2012 in Vlaanderen operationeel of gepland zijn. Voor meer achtergrondinformatie wordt verwezen naar het rapport. Titel (1) :Restwarmtepotentieel bij grote installaties met elektriciteitsopwekking (2012) Naam kaartlaag (1):er_aanb_centrales_restwarmte_ptn_2012 Omschrijving (1): Deze kaart biedt een overzicht van het restwarmtepotentieel van installaties voor elektriciteitsopwekking met een totale jaarlijkse elektriciteitsproductie van meer dan 20 GWh. Het gaat hier om installaties die in 2012 in Vlaanderen operationeel of gepland zijn. Het potentieel wordt weergegeven in drie klassen. Titel (2) :Restwarmtepotentieel afvalverbrandingsinstallaties (2012) Naam kaartlaag (2):er_aanb_afvverbr_restwarmte_ptn_2012 Omschrijving (2): Deze kaart biedt een overzicht van het restwarmtepotentieel van afvalverbrandingsinstallaties. Het gaat hier om installaties die in 2012 in Vlaanderen operationeel of gepland zijn. Het potentieel wordt weergegeven in drie klassen.

Restwarmtepotentieel bij grote installaties met elektriciteitsopwekking en afvalverbrandingsinstallaties (2012) (er:er_aanb_centrales_restwarmte_ptn_2012)

De 'Warmtekaart Vlaanderen' werd in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie. De voornaamste producten zijn kaarten met warmtevraag en warmte-aanbod voor de huidige situatie (2012) en een kaart met kansrijke gebieden voor warmterecuperatie en warmtenetten in de toekomst, en dit beiden voor het grondgebied Vlaanderen. De studie werd uitgevoerd door VITO in samenwerking met de distributienetbeheerders Eandis en Infrax. Het bijhorende rapport kan u hier raadplegen: www.energiesparen.be/warmtekaart . -- Algemene omschrijving: Dit onderdeel bevat twee kaartlagen. Ze bieden een overzicht van het restwarmtepotentieel van enerzijds installaties voor elektriciteitsopwekking met een totale jaarlijkse elektriciteitsproductie van meer dan 20 GWh en anderzijds afvalverbrandingsinstallaties. Het gaat hier om installaties die in 2012 in Vlaanderen operationeel of gepland zijn. Voor meer achtergrondinformatie wordt verwezen naar het rapport. Titel (1) :Restwarmtepotentieel bij grote installaties met elektriciteitsopwekking (2012) Naam kaartlaag (1):er_aanb_centrales_restwarmte_ptn_2012 Omschrijving (1): Deze kaart biedt een overzicht van het restwarmtepotentieel van installaties voor elektriciteitsopwekking met een totale jaarlijkse elektriciteitsproductie van meer dan 20 GWh. Het gaat hier om installaties die in 2012 in Vlaanderen operationeel of gepland zijn. Het potentieel wordt weergegeven in drie klassen. Titel (2) :Restwarmtepotentieel afvalverbrandingsinstallaties (2012) Naam kaartlaag (2):er_aanb_afvverbr_restwarmte_ptn_2012 Omschrijving (2): Deze kaart biedt een overzicht van het restwarmtepotentieel van afvalverbrandingsinstallaties. Het gaat hier om installaties die in 2012 in Vlaanderen operationeel of gepland zijn. Het potentieel wordt weergegeven in drie klassen.

Grote installaties met uitsluitend elektriciteitsopwekking (2012) (er:er_aanb_centrales_vermogen_ptn_2012)

De 'Warmtekaart Vlaanderen' werd in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-effici?ntie. De voornaamste producten zijn kaarten met warmtevraag en warmte-aanbod voor de huidige situatie (2012) en een kaart met kansrijke gebieden voor warmterecuperatie en warmtenetten in de toekomst, en dit beiden voor het grondgebied Vlaanderen. De studie werd uitgevoerd door VITO in samenwerking met de distributienetbeheerders Eandis en Infrax. Het bijhorende rapport kan u hier raadplegen: www.energiesparen.be/warmtekaart . -- Titel: Grote installaties met uitsluitend elektriciteitsopwekking (2012) Naam kaartlaag:er_aanb_centrales_vermogen_ptn_2012 Omschrijving: Deze kaart biedt een overzicht van potenti?le leveringspunten van warmte en koeling, met name de installaties voor elektriciteitsopwekking met een totale jaarlijkse elektriciteitsproductie van meer dan 20 GWh. Het gaat hier om installaties die in 2012 in Vlaanderen operationeel of gepland zijn. Het elektrisch vermogen wordt weergegeven met vijf klassen. Voor meer achtergrondinformatie wordt verwezen naar het rapport.

Restwarmtepotentieel grote industrie (2012) (er:er_aanb_gr_ind_restwarmte_120_200_ptn_2012)

De 'Warmtekaart Vlaanderen' werd in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie. De voornaamste producten zijn kaarten met warmtevraag en warmte-aanbod voor de huidige situatie (2012) en een kaart met kansrijke gebieden voor warmterecuperatie en warmtenetten in de toekomst, en dit beiden voor het grondgebied Vlaanderen. De studie werd uitgevoerd door VITO in samenwerking met de distributienetbeheerders Eandis en Infrax. Het bijhorende rapport kan u hier raadplegen: www.energiesparen.be/warmtekaart . -- Algemene omschrijving: Het potentieel aan industriële restwarmte wordt weergegeven voor grote, industriële puntbronnen (IMJV-plichtige bedrijven). Voor de kleinere bedrijven wordt de restwarmte niet ingeschat, gezien we ervan uitgaan dat de restwarmte een te lage temperatuur kent voor valorisatie (lager dan 80°C). Voor meer achtergrondinformatie wordt verwezen naar het rapport. Dit onderdeel bevat twee kaartlagen: Titel (1) :Aanbod restwarmte 80-120°C, afkomstig van grote industrie (2012) Naam kaartlaag (1):er_aanb_gr_ind_restwarmte_80_120_ptn_2012 Omschrijving (1): Het restwarmtepotentieel per bedrijf voor het temperatuurbereik tussen 80 en 120°C wordt weergegeven met 3 klassen. Titel (2) :Aanbod restwarmte 120-200°C, afkomstig van grote industrie (2012) Naam kaartlaag (2):er_aanb_gr_ind_restwarmte_120_200_ptn_2012 Omschrijving (2): Het restwarmtepotentieel per bedrijf voor het temperatuurbereik tussen 120 en 200°C wordt weergegeven met 3 klassen.

Restwarmtepotentieel grote industrie (2012) (er:er_aanb_gr_ind_restwarmte_80_120_ptn_2012)

De 'Warmtekaart Vlaanderen' werd in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie. De voornaamste producten zijn kaarten met warmtevraag en warmte-aanbod voor de huidige situatie (2012) en een kaart met kansrijke gebieden voor warmterecuperatie en warmtenetten in de toekomst, en dit beiden voor het grondgebied Vlaanderen. De studie werd uitgevoerd door VITO in samenwerking met de distributienetbeheerders Eandis en Infrax. Het bijhorende rapport kan u hier raadplegen: www.energiesparen.be/warmtekaart . -- Algemene omschrijving: Het potentieel aan industriële restwarmte wordt weergegeven voor grote, industriële puntbronnen (IMJV-plichtige bedrijven). Voor de kleinere bedrijven wordt de restwarmte niet ingeschat, gezien we ervan uitgaan dat de restwarmte een te lage temperatuur kent voor valorisatie (lager dan 80°C). Voor meer achtergrondinformatie wordt verwezen naar het rapport. Dit onderdeel bevat twee kaartlagen: Titel (1) :Aanbod restwarmte 80-120°C, afkomstig van grote industrie (2012) Naam kaartlaag (1):er_aanb_gr_ind_restwarmte_80_120_ptn_2012 Omschrijving (1): Het restwarmtepotentieel per bedrijf voor het temperatuurbereik tussen 80 en 120°C wordt weergegeven met 3 klassen. Titel (2) :Aanbod restwarmte 120-200°C, afkomstig van grote industrie (2012) Naam kaartlaag (2):er_aanb_gr_ind_restwarmte_120_200_ptn_2012 Omschrijving (2): Het restwarmtepotentieel per bedrijf voor het temperatuurbereik tussen 120 en 200°C wordt weergegeven met 3 klassen.

WKK-installaties (2012) (er:er_aanb_wkk_vermogen_ptn_2012)

De 'Warmtekaart Vlaanderen' werd in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie. De voornaamste producten zijn kaarten met warmtevraag en warmte-aanbod voor de huidige situatie (2012) en een kaart met kansrijke gebieden voor warmterecuperatie en warmtenetten in de toekomst, en dit beiden voor het grondgebied Vlaanderen. De studie werd uitgevoerd door VITO in samenwerking met de distributienetbeheerders Eandis en Infrax. Het bijhorende rapport kan u hier raadplegen: www.energiesparen.be/warmtekaart . -- Titel: WKK-installaties (2012) Naam kaartlaag:er_aanb_wkk_vermogen_ptn_2012 Omschrijving: Deze kaart biedt een overzicht van de bestaande warmtekrachtkoppelingsinstallaties (WKK) van 2012. WKK-installaties met een vermogen kleiner dan 50 kWe werden niet opgenomen. Indien in de loop van het jaar 2012 een installatie werd vervangen, werd de meest recente installatie in de kaart opgenomen. Het elektrisch vermogen wordt weergegeven met vijf klassen. Voor meer achtergrondinformatie wordt verwezen naar het rapport.

Aantal aansluitingspunten op het energienet. (er:er_aanslptn_1200m_2012)

De kaart geeft het totaal aantal aansluitingspunten weer van residentieel, tertiair, landbouw en kleine industrie, per gridcel van 1200 x 1200 m. De gegevens zijn afkomstig van Eandis en Infrax. Voor de gemeente Voeren werd het aantal aansluitingspunten ingeschat (op basis van Vlaamse kengetallen). Deze kaartlaag is onderdeel van de ‘Warmtekaart Vlaanderen’ die in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap werd opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Bijkomende potentiële elektriciteitsproductie vanuit specifieke biomassastromen - REV2030-scenario (er:er_heav_p2030_ele_bms)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. "In het ‘Ruimte voor Energie Vlaanderen 2030’-scenario (REV2030) wordt voor wat betreft het bijkomend productiepotentieel uit biomassa enkel het potentieel voor pocketvergisting in rekening gebracht. Stallen die meer dan 1000 ton runder- en/of kalvermest hebben, komen hiervoor in aanmerking. Gegeven de huidige trends wordt het maximaal potentieel in dit REV2030-scenario ingeperkt tot 2% naar 2030 toe. Voor meer achtergrondinformatie wordt verwezen naar het rapport. De resultaten worden hier voorgesteld op het niveau van de gemeenten. Een aantal gemeenten dragen het label ‘confidentieel’ om de confidentialiteit van de Mestbankgegevens te kunnen garanderen. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel."

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Totale bijkomende potentiële elektriciteitsproductie - REV2030-scenario (er:er_heav_p2030_ele_tot)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. In het ‘Ruimte voor Energie Vlaanderen 2030’-scenario (REV2030) wordt het bijkomend productiepotentieel dat gerealiseerd kan worden binnen de beschikbare ruimte ingeperkt op basis van een potentieelcijfer dat voor 2030 vooropgesteld wordt, rekening houdend met de huidige context en beleidsdoelstellingen.  Het omvat de volgende hernieuwbare technologievormen: PV op daken, grootschalige wind op land, waterkracht op de resterende sluizen van het Albertkanaal en pocketvergisting. Voor meer informatie over de ruimtelijke randvoorwaarden en kengetallen per technologie wordt verwezen naar het rapport. De hotspots in Vlaanderen worden voorgesteld met een gefilterd beeld van de resultaten. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Bijkomende potentiële energieproductie vanuit waterkracht - REV2030-scenario (er:er_heav_p2030_ele_wk)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. "In het ‘Ruimte voor Energie Vlaanderen 2030’-scenario (REV2030) bekijken we enkel het bijkomend potentieel op de resterende sluizen van het Albertkanaal. Voor bestaande molensites en de overige onbenutte sluizen, nemen we aan dat er geen bijkomend potentieel zal gerealiseerd worden. Voor de inschatting van het potentieel baseren we ons op het gemiddeld potentieel op sluizen in Limburg uit de studie over de inventarisatie van het waterkrachtpotentieel van de vzw TSAP uit 1996. De resultaten worden voorgesteld per gemeente. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel."

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Bijkomende potentiële energieproductie vanuit grootschalige wind - REV2030-scenario (er:er_heav_p2030_ele_wt)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. "In het ‘Ruimte voor Energie Vlaanderen 2030’-scenario (REV2030) wordt het bijkomend productiepotentieel voor grootschalige wind dat gerealiseerd kan worden binnen de beschikbare ruimte ingeperkt op basis van een potentieelcijfer dat voor 2030 vooropgesteld wordt, rekening houdend met de huidige context en beleidsdoelstellingen. Voor grootschalige wind wordt uitgaan van een windturbine van 2,3 MW.  Hierbij stemmen we de keuze van de positieve en negatieve ruimtelijke aanknopingspunten af op de huidige beleidscontext zodat er heel wat bijkomende ruimtelijke randvoorwaarden zijn ten opzichte van het technisch scenario. Voor een overzicht wordt verwezen naar het rapport.  Binnen de beschikbare ruimte wordt vervolgens een maximum aan windturbines geplaatst, rekening houdend met een minimale afstand die tussen de windturbines te respecteren is. Gegeven de huidige context en beleidsdoelstellingen wordt het productiepotentieel op basis van de beschikbare ruimte ingeperkt tot 38%. De resultaten worden voorgesteld op het niveau van de statistische sectoren. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel."

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Bijkomende potentiële energieproductie vanuit fotovoltaïsche panelen - REV2030-scenario (er:er_heav_p2030_ele_zon)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. In het ‘Ruimte voor Energie Vlaanderen 2030’-scenario (REV2030) wordt het bijkomend productiepotentieel voor fotovoltaïsche panelen (PV) dat gerealiseerd kan worden binnen de beschikbare ruimte ingeperkt op basis van een potentieelcijfer dat voor 2030 vooropgesteld wordt, rekening houdend met de huidige context en beleidsdoelstellingen. In dit scenario beperkt de beschikbare ruimte zich tot het resterende dakoppervlak, zowel in residentieel als niet-residentieel gebied. Het potentieelcijfer voor 2030 is gebaseerd op het doorzetten van de groei analoog aan de periode 2013-2015 in combinatie met doelstellingen uit het zonneplan. Dit zorgt voor een inperking van het maximaal potentieel naar 2% voor niet-particulier gebied en naar 6% voor particuliere daken tegen 2030. Voor meer informatie wordt verwezen naar het rapport. De hotspots in Vlaanderen worden voorgesteld met een gefilterd beeld van de resultaten. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Bijkomende potentiële warmteproductie vanuit specifieke biomassastromen - REV2030-scenario (er:er_heav_p2030_wrm_bms)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. "In het ‘Ruimte voor Energie Vlaanderen 2030’-scenario (REV2030) wordt voor wat betreft het bijkomend productiepotentieel uit biomassa enkel het potentieel voor pocketvergisting in rekening gebracht. Stallen die meer dan 1000 ton runder- en/of kalvermest hebben, komen hiervoor in aanmerking. Gegeven de huidige trends wordt het maximaal potentieel in dit REV2030-scenario ingeperkt tot 2% naar 2030 toe. Voor meer achtergrondinformatie wordt verwezen naar het rapport. De resultaten worden hier voorgesteld op het niveau van de gemeenten. Een aantal gemeenten dragen het label ‘confidentieel’ om de confidentialiteit van de Mestbankgegevens te kunnen garanderen. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel."

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Bijkomende potentiële energieproductie vanuit grondgekoppelde warmtepompen - REV2030-scenario (er:er_heav_p2030_wrm_ongeo)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. In het ‘Ruimte voor Energie Vlaanderen 2030’-scenario (REV2030) wordt het bijkomend productiepotentieel voor grondgekoppelde warmtepompen dat gerealiseerd kan worden binnen de beschikbare ruimte ingeperkt op basis van een potentieelcijfer dat voor 2030 vooropgesteld wordt, rekening houdend met de huidige context en beleidsdoelstellingen. We beperken ons hier tot de niet-bebouwde zone van het residentieel gebied waarbij de beschermingszones voor waterwingebieden, niet-toegankelijke tuinen en gebieden die reeds een grondgekoppelde warmtepomp hebben, worden uitgesloten. Voor de inschatting van het productiepotentieel wordt gebruik gemaakt van de Databank Ondergrond Vlaanderen en kengetallen van Terra Energy. Gegevens de huidige trends wordt dit maximaal potentieel vervolgens ingeperkt tot 1%. Voor meer achtergrondinformatie wordt verwezen naar het rapport. De hotspots in Vlaanderen worden voorgesteld met een gefilterd beeld van de resultaten. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Totale bijkomende potentiële warmteproductie - REV2030-scenario (er:er_heav_p2030_wrm_tot)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. In het ‘Ruimte voor Energie Vlaanderen 2030’-scenario (REV2030) wordt het bijkomend productiepotentieel dat gerealiseerd kan worden binnen de beschikbare ruimte ingeperkt op basis van een potentieelcijfer dat voor 2030 vooropgesteld wordt, rekening houdend met de huidige context en beleidsdoelstellingen.  Het omvat de volgende hernieuwbare technologievormen: particuliere zonneboilers, pocketvergisting en grondgekoppelde warmtepompen in residentieel gebied. Voor meer informatie over de ruimtelijke randvoorwaarden en kengetallen per technologie wordt verwezen naar het rapport. De hotspots in Vlaanderen worden voorgesteld met een gefilterd beeld van de resultaten. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Bijkomende potentiële energieproductie vanuit particuliere zonneboilers - REV2030-scenario (er:er_heav_p2030_wrm_zon)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. In het ‘Ruimte voor Energie Vlaanderen 2030’-scenario (REV2030) wordt het bijkomend productiepotentieel voor particuliere zonneboilers dat gerealiseerd kan worden binnen de beschikbare ruimte ingeperkt op basis van een potentieelcijfer dat voor 2030 vooropgesteld wordt, rekening houdend met de huidige context en beleidsdoelstellingen. Voor particuliere zonneboilers betekent dit een inperking tot 5% van het technisch maximum naar 2030 toe. Voor meer informatie wordt verwezen naar het rapport. De hotspots in Vlaanderen worden voorgesteld met een gefilterd beeld van de resultaten. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen -  Huidige elektriciteitsproductie vanuit specifieke biomassastromen (er:er_heav_pr_ele_bms)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. Deze kaartlaag is gebaseerd op de VREG lijst met groenestroom productie-installaties voor biomassa, versie 3/03/2016. Deze bevat installaties die enkel elektriciteit produceren en installaties die zowel elektriciteit als warmte produceren (of WKK-installaties). Biomassa-installaties die enkel warmte produceren zijn bijgevolg geen onderdeel van deze kaart. Voor de inschatting van de productie wordt meestal gebruik gemaakt van algemene kengetallen. Voor grotere productie-installaties en afvalverbrandingsovens werd wel maximaal uitgegaan van werkelijke productiecijfers (uit bv. jaarverslagen). Bovendien wordt enkel het hernieuwbaar aandeel van de productie opgenomen in de EnergieAtlas. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Totale huidige hernieuwbare elektriciteitsproductie (er:er_heav_pr_ele_tot)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. Deze kaartlaag beschrijft de totale elektriciteitsproductie vanuit hernieuwbare energie, ingeschat voor de volgende technologievormen: zonne-energie, windenergie op land, waterkracht en biomassa. Telkens werd gebruik gemaakt van de meest recente publiek beschikbare gegevens. Voor meer informatie over de gebruikte gegevensbronnen en kengetallen wordt verwezen naar het rapport. De totalen per gemeente worden hier uitgedrukt per eenheid van oppervlakte. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Huidige energieproductie waterkracht (er:er_heav_pr_ele_wk)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. Deze kaartlaag maakt gebruik van de lijst groenestroominstallaties van VREG in dienst genomen tot en met 29/02/2016, waarvan de aanvraag tot toekenning van groenestroomcertificaten en garanties van oorsprong werd verwerkt tot 3/03/2016, aangevuld met de waterkrachtcentrales van Kwaadmechelen en Olen. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Huidige energieproductie windturbines (er:er_heav_pr_ele_wt)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. De gegevens zijn afkomstig van de databank van de stedenbouwkundige vergunningsaanvragen van windturbines van het departement Ruimte Vlaanderen. Hierin werden de vergunde windturbines geselecteerd die al effectief gebouwd zijn (toestand januari 2016). Voor turbines met een vermogen > 300 kW wordt de productie ingeschat door middel van een vollasturenkaart die rekening houdt met het verschil in windsnelheden doorheen Vlaanderen. Voor de kleinschalige windturbines (< 300 kW) wordt met één Vlaams kengetal gewerkt dat afhankelijk is van de ashoogte. We beperken ons tot de windturbines op land. De resultaten worden hier voorgesteld op het niveau van de statistische sectoren. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Huidige energieproductie door fotovoltaïsche panelen (er:er_heav_pr_ele_zon)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. Deze kaartlaag is gebaseerd op de publieke VREG lijst met groenestroom productie-installaties voor zonne-energie. Het gaat hier om installaties in dienst genomen tot en met 31/12/2015, waarvan VREG de aanvraag tot toekenning van groenestroomcertificaten en/of garanties en oorsprong goedkeurde en verwerkte tot 16/05/2016. De productie werd ingeschat uitgaande van het geïnstalleerd vermogen en een gemiddelde opbrengst. Grote PV-installaties werden op basis van hun adres gelokaliseerd en de resterende (particuliere) installaties werden proportioneel verdeeld over het beschikbaar dakoppervlak binnen elke gemeente. De resultaten worden hier voorgesteld op het niveau van de statistische sectoren. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Huidige warmteproductie vanuit specifieke biomassastromen (er:er_heav_pr_wrm_bms)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. Deze kaartlaag is gebaseerd op de VREG lijst met groenestroom productie-installaties voor biomassa, versie 3/03/2016. Deze bevat installaties die enkel elektriciteit produceren en installaties die zowel elektriciteit als warmte produceren (of WKK-installaties). Biomassa-installaties die enkel warmte produceren zijn bijgevolg geen onderdeel van deze kaart. Voor de inschatting van de productie wordt meestal gebruik gemaakt van algemene kengetallen. Voor grotere productie-installaties en afvalverbrandingsovens werd wel maximaal uitgegaan van werkelijke productiecijfers (uit bv. jaarverslagen). Bovendien wordt enkel het hernieuwbaar aandeel van de productie opgenomen in de EnergieAtlas. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Huidige energieproductie door grondgekoppelde warmtepompen (er:er_heav_pr_wrm_ongeo)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. Deze kaartlaag beschrijft de huidige warmteproductie vanuit grondgekoppelde warmtepompen in Vlaanderen en is gebaseerd op een inventaris die opgesteld werd door Terra Energy. De middelgrote en grote systemen werden met hun exacte locaties en productiecijfers in de EnergieAtlas opgenomen. De productie vanuit kleine particuliere installaties werd op gemeentelijk niveau ingeschat en vervolgens ruimtelijk toegewezen aan de bebouwde percelen. De resultaten worden hier voorgesteld op het niveau van de statistische sectoren. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Huidige hernieuwbare warmteproductie vanuit zon, specifieke biomassastromen en grondgekoppelde warmtepompen (er:er_heav_pr_wrm_tot)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. Deze kaartlaag beschrijft de warmteproductie vanuit hernieuwbare energie, ingeschat voor de volgende technologievormen: zonne-energie, biomassa en ondiepe geothermie. Biomassa-installaties die zuiver warmte produceren en niet-grondgekoppelde warmtepompen maken geen deel uit van deze inschatting. Telkens werd gebruik gemaakt van de meest recente publiek beschikbare gegevens. Voor meer informatie over de gebruikte gegevensbronnen en kengetallen wordt verwezen naar het rapport. De totalen per gemeente worden hier uitgedrukt per eenheid van oppervlakte. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Huidige energieproductie zonneboilers (er:er_heav_pr_wrm_zon)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. Het aantal zonneboilers per gemeente voor het jaar 2014 is afkomstig van VEA op basis van data uit de EPB-aangiftes en de premies uitgereikt door de netbeheerders. Hieruit wordt de warmteproductie ingeschat, met onderscheid tussen huishoudelijke en niet-huishoudelijke zonneboilers. Tenslotte wordt het gemeentelijk aantal toegewezen aan het residentieel en tertiair dakoppervlak binnen de gemeente. De resultaten worden hier voorgesteld op het niveau van de statistische sectoren. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Bijkomende potentiële elektriciteitsproductie vanuit specifieke biomassastromen - technisch scenario (er:er_heav_techpot_ele_bms)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. "In dit technisch scenario wordt het theoretisch, technisch maximum met betrekking tot het bijkomende productiepotentieel ingeschat voor vier types van biomassaverwerkingsinstallaties: grootschalige landbouwvergisters, pocketvergisters, houtverbrandingsinstallaties en GFT-vergisters. We vertrekken hier van de beschikbare lokale biomassastromen (dierlijke mest, GFT- en groenafval, bermgras en tak- en kroonhout) en zoeken vervolgens naar het maximum aan installaties dat in specifieke zoekzones kan voorkomen. Hierbij worden een aantal criteria in acht genomen, zoals te respecteren transportafstanden en mobilisatiefactoren. Voor meer achtergrondinformatie wordt verwezen naar het rapport. De resultaten worden hier voorgesteld op het niveau van de gemeenten. Een aantal gemeenten dragen het label ‘confidentieel’ om de confidentialiteit van de Mestbankgegevens te kunnen garanderen. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel."

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Totale bijkomende potentiële elektriciteitsproductie - technisch scenario (er:er_heav_techpot_ele_tot)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. In dit technisch scenario wordt het theoretisch, technisch maximum met betrekking tot het bijkomende potentieel voor elektriciteitsproductie ingeschat voor de volgende hernieuwbare technologievormen: PV, wind op land, waterkracht en biomassa. Voor meer informatie over de ruimtelijke randvoorwaarden en kengetallen per technologie wordt verwezen naar het rapport. De hotspots in Vlaanderen worden voorgesteld met een gefilterd beeld van de resultaten. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Bijkomende potentiële energieproductie vanuit waterkracht - technisch scenario (er:er_heav_techpot_ele_wk)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. In dit technisch scenario wordt het theoretisch, technisch maximum met betrekking tot het bijkomende productiepotentieel ingeschat voor waterkracht, zowel voor wat betreft de sluizen als de watermolens. We baseren ons hiervoor op de inventarisatie van het waterkrachtpotentieel van de vzw TSAP uit 1996. De resultaten worden hier voorgesteld op het niveau van de gemeenten. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Bijkomende potentiële energieproductie vanuit windturbines - technisch scenario (er:er_heav_techpot_ele_wt)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. In dit technisch scenario wordt het theoretisch, technisch maximum met betrekking tot het bijkomende productiepotentieel ingeschat voor grootschalige en kleinschalige wind. Voor grootschalige wind wordt uitgegaan van een windturbine van 2,3 MW en voor kleinschalige wind van 300 kW. Hierbij wordt de beschikbare ruimte afgebakend waarbinnen de technologie maximaal ingezet kan worden om energie te produceren. Deze afbakening komt tot stand door een combinatie van positieve en negatieve ruimtelijke randvoorwaarden. Voor de kleinschalige wind worden bufferzones rond potentiële locaties voor grootschalige wind reeds in rekening gebracht.   In het technisch scenario worden enkel de beperkingen in de ruimte omwille van veiligheidsredenen meegenomen. Voor een overzicht van de gebruikte ruimtelijke randvoorwaarden wordt verwezen naar het rapport. Binnen de beschikbare ruimte wordt vervolgens een maximum aan windturbines geplaatst, rekening houdend met een minimale afstand die tussen de windturbines te respecteren is. De hotspots in Vlaanderen worden voorgesteld met een gefilterd beeld van de resultaten. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Bijkomende potentiële energieproductie vanuit fotovoltaïsche panelen - technisch scenario (er:er_heav_techpot_ele_zon)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. In dit technisch scenario wordt het theoretisch, technisch maximum met betrekking tot het bijkomende productiepotentieel ingeschat voor fotovoltaïsche panelen (PV). Hierbij wordt de beschikbare ruimte afgebakend waarbinnen de technologie maximaal ingezet kan worden om energie te produceren. Deze afbakening komt tot stand door een combinatie van positieve en negatieve ruimtelijke randvoorwaarden.  Zowel het potentieel op daken (residentieel en niet-residentieel) als grondgebonden PV op braakliggende percelen van bedrijventerreinen, brownfields en in de bermen van snelwegen en spoorwegen werd in rekening gebracht bij dit technisch potentieel. Huidige PV-installaties en de open ruimte zorgden voor een inperking van de beschikbare ruimte. Voor meer informatie wordt verwezen naar het rapport.   De hotspots in Vlaanderen worden voorgesteld met een gefilterd beeld van de resultaten. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Bijkomende potentiële warmteproductie vanuit specifieke biomassastromen - technisch scenario (er:er_heav_techpot_wrm_bms)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. "In dit technisch scenario wordt het theoretisch, technisch maximum met betrekking tot het bijkomende productiepotentieel ingeschat voor vier types van biomassaverwerkingsinstallaties: grootschalige landbouwvergisters, pocketvergisters, houtverbrandingsinstallaties en GFT-vergisters. We vertrekken hier van de beschikbare lokale biomassastromen (dierlijke mest, GFT- en groenafval, bermgras en tak- en kroonhout) en zoeken vervolgens naar het maximum aan installaties dat in specifieke zoekzones kan voorkomen. Hierbij worden een aantal criteria in acht genomen, zoals te respecteren transportafstanden en mobilisatiefactoren. Voor meer achtergrondinformatie wordt verwezen naar het rapport. De resultaten worden hier voorgesteld op het niveau van de gemeenten. Een aantal gemeenten dragen het label ‘confidentieel’ om de confidentialiteit van de Mestbankgegevens te kunnen garanderen. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel."

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Bijkomende potentiële energieproductie vanuit diepe geothermie - technisch scenario (er:er_heav_techpot_wrm_digeo)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. "In dit technisch scenario wordt het theoretisch, technisch maximum met betrekking tot het bijkomende productiepotentieel ingeschat voor diepe geothermie (> 500 m diepte).Hierbij wordt de beschikbare ruimte afgebakend waarbinnen de technologie maximaal ingezet kan worden om energie te produceren. Deze afbakening komt tot stand door een combinatie van positieve en negatieve ruimtelijke randvoorwaarden. In het resulterend geschikt gebied wordt vervolgens het maximum aan diepe geothermiecentrales geplaatst, gegeven het feit dat ze minstens 3km van mekaar verwijderd moeten zijn.  Voor de inschatting van de productie baseren we ons op de studie ‘EFRO-studie Geothermie: ruimtelijke inplantingsanalyses’ (Vranckx et al., 2015, VITO) waarin een inschatting gemaakt werd van het potentieel vermogen van diepe geothermie in Vlaanderen op basis van de temperatuur van de top van de Dinantiaanlaag. Voor meer achtergrondinformatie wordt verwezen naar het rapport. De resultaten worden hier voorgesteld op het niveau van de gemeenten. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel."

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Bijkomende potentiële energieproductie vanuit grondgekoppelde warmtepompen - technisch scenario (er:er_heav_techpot_wrm_ongeo)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. In dit technisch scenario wordt het theoretisch, technisch maximum met betrekking tot het  bijkomende productiepotentieel ingeschat voor grondgekoppelde warmtepompen. Hierbij wordt de beschikbare ruimte afgebakend waarbinnen de technologie maximaal ingezet kan worden om energie te produceren. Deze afbakening komt tot stand door een combinatie van positieve en negatieve ruimtelijke randvoorwaarden. We beperken ons hier tot de niet-bebouwde zone van het bebouwd gebied waarbij de beschermingszones voor waterwingebieden, niet-toegankelijke tuinen en gebieden die reeds een grondgekoppelde warmtepomp hebben, worden uitgesloten. Voor de inschatting van het productiepotentieel wordt gebruik gemaakt van de Databank Ondergrond Vlaanderen en kengetallen van Terra Energy. Voor meer achtergrondinformatie wordt verwezen naar het rapport.    De hotspots in Vlaanderen worden voorgesteld met een gefilterd beeld van de resultaten. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Totale bijkomende potentiële warmteproductie - technisch scenario (er:er_heav_techpot_wrm_tot)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. In dit technisch scenario wordt het theoretisch, technisch maximum met betrekking tot het bijkomende potentieel voor warmteproductie ingeschat voor de volgende hernieuwbare technologievormen: particuliere zonneboilers, biomassa en ondiepe en diepe geothermie. Voor meer informatie over de ruimtelijke randvoorwaarden en kengetallen per technologie wordt verwezen naar het rapport. De hotspots in Vlaanderen worden voorgesteld met een gefilterd beeld van de resultaten. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Hernieuwbare Energieatlas Vlaanderen - Bijkomende potentiële energieproductie vanuit particuliere zonneboilers - technisch scenario (er:er_heav_techpot_wrm_zon)

Deze kaartlaag maakt deel uit van de Hernieuwbare EnergieAtlas Vlaanderen. In dit technisch scenario wordt het theoretisch, technisch maximum met betrekking tot het bijkomende productiepotentieel ingeschat voor particuliere zonneboilers. Voor de inschatting van het productiepotentieel baseren we ons op het aantal huishoudens per gemeente dat momenteel nog niet over een zonneboiler beschikt en hun te verwachten warmtevraag voor sanitair warm water. Dit potentieel wordt vervolgens ruimtelijk toegekend aan het nog resterend residentieel dakoppervlak. Voor meer informatie wordt verwezen naar het rapport. De hotspots in Vlaanderen worden voorgesteld met een gefilterd beeld van de resultaten. De cijfers per gemeente kunnen ook geraadpleegd worden in de bijgevoegde tabel.

Kansrijke gebieden voor de aanleg van een warmtenet waarbij de restwarmte wordt onttrokken via een buurcel, met een waarde voor restwarmte van 0 EUR/MWh. (er:er_kb_net_comb_1200m)

Voor elke gridcel met een warmtevraag wordt een kosten baten berekening gemaakt die gebaseerd is op beschikbare restwarmte in naburige gridcellen, de zogenaamde gridcel met "warmtebron". Het transport van de restwarmte naar de gridcel onder beschouwing brengt extra kosten met zich mee. Mogelijke schaalvoordelen worden in rekening gebracht indien tussenliggende gridcellen zelf overgaan tot de aanleg van een warmtenet. In de berekeningen wordt rekening gehouden met steunmechanismen vanuit de Vlaamse overheid ("Investeringssteun restwarmte"). De analyse vindt plaats op een resolutie van 1200 x 1200 m en is gebaseerd op de toestand in 2012. Deze methodologie sluit het beste aan bij de realiteit. Deze kaartlaag is onderdeel van de ‘Warmtekaart Vlaanderen’ die in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap werd opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie.

Kansrijke gebieden voor de aanleg van een warmtenet waarbij de restwarmte wordt onttrokken van een buurcel, met een waarde voor restwarmte van 25 EUR/MWh. (er:er_kb_net_comb_max_wrw_1200m)

Voor elke gridcel met een warmtevraag wordt een kosten baten berekening gemaakt die gebaseerd is op beschikbare restwarmte in naburige gridcellen, de zogenaamde gridcel met "warmtebron". Het transport van de restwarmte naar de gridcel onder beschouwing brengt extra kosten met zich mee. Deze keer worden mogelijke schaalvoordelen in rekening gebracht indien tussenliggende gridcellen zelf overgaan tot de aanleg van een warmtenet. In de berekeningen wordt rekening gehouden met steunmechanismen vanuit de Vlaamse overheid ("Investeringssteun restwarmte"). Dit is een variant op de kaart 'Kansrijke gebieden voor de aanleg van een warmtenet waarbij de restwarmte niet rechtstreeks van de bron wordt betrokken maar via een buurcel, met een waarde voor restwarmte van 0 EUR/MWh.'. De analyse vindt plaats op een resolutie van 1200 x 1200 m en is gebaseerd op de toestand in 2012. Deze kaartlaag is onderdeel van de ‘Warmtekaart Vlaanderen’ die in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap werd opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie.

Kansrijke gebieden voor de aanleg van een warmtenet met gebruik van restwarmte in dezelfde gridcel. (er:er_kb_net_lok_1200m)

In deze kosten baten analyse werd het economisch potentieel voor een lokaal warmtenet onderzocht binnen elke gridcel met beschikbare restwarmte. In de berekeningen wordt rekening gehouden met steunmechanismen vanuit de Vlaamse overheid ("Investeringssteun restwarmte"). De analyse vindt plaats op een resolutie van 1200 x 1200 m en is gebaseerd op de toestand in 2012. Deze kaartlaag is onderdeel van de ‘Warmtekaart Vlaanderen’ die in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap werd opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie.

Kansrijke gebieden voor de aanleg van een warmtenet indien de restwarmte naar naburige cellen wordt getransporteerd. (er:er_kb_net_nab_1200m)

Voor elke gridcel met een warmtevraag wordt een kosten baten berekening gemaakt die gebaseerd is op beschikbare restwarmte in naburige gridcellen, de zogenaamde gridcel met "warmtebron". Het transport van de restwarmte naar de gridcel onder beschouwing brengt extra kosten met zich mee. Men gaat hier uit van een rechtstreekse levering aan de gridcel onder evaluatie. In de berekeningen wordt rekening gehouden met steunmechanismen vanuit de Vlaamse overheid ("Investeringssteun restwarmte"). De analyse vindt plaats op een resolutie van 1200 x 1200 m en is gebaseerd op de toestand in 2012. Deze kaartlaag is onderdeel van de ‘Warmtekaart Vlaanderen’ die in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap werd opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie.

Kansrijke gebieden voor de aanleg van een warmtenet met WKK als warmtebron. (er:er_kb_net_wkk_1200m)

Voor elke gridcel wordt een kosten baten berekening gemaakt voor het plaatsen van een nieuwe centrale WKK (gasturbine) die met behulp van een warmtenet zijn warmte aflevert binnen dezelfde gridcel. In de berekeningen worden de WKK-certificaten in rekening gebracht. De analyse vindt plaats op een resolutie van 1200 x 1200 m en is gebaseerd op de toestand in 2012. Deze kaartlaag is onderdeel van de ‘Warmtekaart Vlaanderen’ die in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap werd opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie.

Kansrijke gebieden voor de aanleg van een warmtenet met WKK als warmtebron, scenario lage brandstofprijzen. (er:er_kb_net_wkk_min_bp_1200m)

Voor elke gridcel wordt een kosten baten berekening gemaakt voor het plaatsen van een nieuwe centrale WKK (gasturbine) die met behulp van een warmtenet zijn warmte aflevert binnen dezelfde gridcel. In de berekeningen worden de WKK-certificaten in rekening gebracht. In dit scenario worden de brandstofprijzen verlaagd. Het effect op de baten kan vergeleken worden met de kaart 'Met WKK als warmtebron'. De analyse vindt plaats op een resolutie van 1200 x 1200 m en is gebaseerd op de toestand in 2012. Deze kaartlaag is onderdeel van de ‘Warmtekaart Vlaanderen’ die in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap werd opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie.

Koudevraag residentieel, tertiair en landbouw (2012) (er:er_kvrg_diff_geb_1200m_2012)

De totale koudevraag afkomstig van residentieel, tertiair en landbouw werd voor Vlaanderen in kaart gebracht. Deze is gebaseerd op gemeten aardgas- en elektriciteitsverbruiken zoals gekend door de distributienetbeheerders per individuele gebruiker voor het jaar 2012. Het gaat hier om koeling van gebouwen. Deze kaartlaag is onderdeel van de ‘Warmtekaart Vlaanderen’ die in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap werd opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie.

Stedenbouwkundig vergunde windturbines (er:er_windturb_verg)

Puntvormige aanduiding van de inplanting van windturbines. Het gaat enkel om de vergunde turbines. Het is mogelijk dat deze vergunde turbines nog niet gebouwd zijn.

Warmtevraag residentieel, tertiair en landbouw (2012) (er:er_wvrg_diff_geb_100m_2012)

De warmtevraag van residentieel, tertiair en landbouw werd gekarteerd op een 100 x 100 m grid. Wegens privacyredenen wordt de warmtevraag niet getoond indien minder dan 3 verbruikers binnen een gridcel aanwezig zijn. Deze uitval wordt enkel weergegeven op een 1200 x 1200m resolutie. Deze warmtevraag is gebaseerd op gemeten aardgas- en elektriciteitsverbruiken zoals gekend door de distributienetbeheerders per individuele gebruiker voor het jaar 2012. Het gaat hier om warmtevraag voor ruimteverwarming en sanitair warm water. Deze kaartlaag is onderdeel van de ‘Warmtekaart Vlaanderen’ die in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap werd opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie.

Warmtevraag kleine industrie (2012) (er:er_wvrg_diff_ind_300m_2012)

De warmtevraag van de kleine industrie (=niet-IMJV industrie) werd gekarteerd op een 300 x 300 m grid. Wegens privacyredenen wordt de warmtevraag niet getoond indien minder dan 3 verbruikers binnen een gridcel aanwezig zijn. Deze uitval wordt enkel weergegeven op een 1200 x 1200m resolutie. Deze warmtevraag is gebaseerd op gemeten aardgas- en elektriciteitsverbruiken zoals gekend door de distributienetbeheerders per individuele gebruiker voor het jaar 2012. Het gaat hier om warmtevraag voor ruimteverwarming en sanitair warm water. Deze kaartlaag is onderdeel van de ‘Warmtekaart Vlaanderen’ die in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap werd opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie.

Warmtevraag residentieel, tertiair, landbouw en kleine industrie (2012) (er:er_wvrg_diff_tot_1200m_2012)

De warmtevraag van residentieel, tertiair, landbouw en kleine industrie (=niet-IMJV industrie) wordt weergegeven op een 1200 x 1200 m grid. Deze warmtevraag is gebaseerd op gemeten aardgas- en elektriciteitsverbruiken zoals gekend door de distributienetbeheerders per individuele gebruiker voor het jaar 2012. Het gaat hier om warmtevraag voor ruimteverwarming en sanitair warm water. Deze kaartlaag is onderdeel van de ‘Warmtekaart Vlaanderen’ die in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap werd opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie.

Warmtevraag grote industrie (2012) (er:er_wvrg_grote_ind_ptn_2012)

De 'Warmtekaart Vlaanderen' werd in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap opgesteld ter uitvoering van de EU-Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie. De voornaamste producten zijn kaarten met warmtevraag en warmte-aanbod voor de huidige situatie (2012) en een kaart met kansrijke gebieden voor warmterecuperatie en warmtenetten in de toekomst, en dit beiden voor het grondgebied Vlaanderen. De studie werd uitgevoerd door VITO in samenwerking met de distributienetbeheerders Eandis en Infrax. Het bijhorende rapport kan u hier raadplegen: www.energiesparen.be/warmtekaart . -- Titel :Warmtevraag grote industrie (2012) Naam kaartlaag:er_wvrg_grote_ind_ptn_2012 Omschrijving: De warmtevraag van de grote industrie is gebaseerd op verbruiksgegevens uit de Integrale MilieuJaarVerslagen (IMJV) en de WKK-inventaris van 2012. Het gaat hier om IMJV bedrijven en bedrijven die aangesloten zijn op het Fluxys-net. De ingeschatte warmtevraag wordt weergegeven met drie klassen. Voor meer achtergrondinformatie wordt verwezen naar het rapport.

Ecodistricten (hb:hb_ecodis_inbo)

Deze dataset wil een vervolg zijn op de eerste afbakening van de ecodistricten, die werd opgesteld door het Instituut voor Natuurbehoud en opgenomen in het Structuurplan Vlaanderen, deelfacet Open Ruimte (1993). Voor het opstellen van een concept voor een verfijnde ecologische indeling in Vlaanderen werd teruggegrepen naar het theoretisch uitgewerkte voorbeeld van Nederland. De theorie geeft een nauwkeurige beschrijving van de ecologische hierarchische niveaus. Bovendien is de context van de Nederlandse ecologie behoorlijk aanschouwelijk als voorbeeld voor een Vlaamse indeling. Er werd uitgegaan van een eenduidige definitie voor ecodistricten, die later aangepast werd aan de Vlaamse context (de ecologische situatie enerzijds en de beschikbaarheid van al dan niet gebiedsdekkende informatie anderzijds).

Ecoregio's (hb:hb_ecoreg_inbo)

Deze dataset wil een vervolg zijn op de eerste afbakening van de ecodistricten, die werd opgesteld door het Instituut voor Natuurbehoud en opgenomen in het Structuurplan Vlaanderen, deelfacet Open Ruimte (1993). Voor het opstellen van een concept voor een verfijnde ecologische indeling in Vlaanderen werd teruggegrepen naar het theoretisch uitgewerkte voorbeeld van Nederland. De theorie geeft een nauwkeurige beschrijving van de ecologische hierarchische niveaus. Bovendien is de context van de Nederlandse ecologie behoorlijk aanschouwelijk als voorbeeld voor een Vlaamse indeling. Er werd uitgegaan van een eenduidige definitie voor ecodistricten, die later aangepast werd aan de Vlaamse context (de ecologische situatie enerzijds en de beschikbaarheid van al dan niet gebiedsdekkende informatie anderzijds).

Voorlopige zoekzones instandhoudingsdoelen Natura 2000 versie 2 (hb:hb_zzihd_line)

Een 'zoekzone' geeft per Europees te beschermen soort en per Europees te beschermen habitat de perimeter aan die gevrijwaard wordt met het oog op het optimaal plaatsen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de betrokken speciale beschermingszone in kwestie. De zoekzone maakt volgens het wettelijk kader deel uit van de richtkaarten die een onderdeel zijn van de Managementplannen Natura 2000. De zoekzones zullen evolueren bij elke nieuwe versie van het Managementplan Natura 2000 binnen eenzelfde cyclus van zes jaar. De zoekzones moeten als vaststaande verworvenheid beschouwd worden en zijn voor wat betreft de toepassing bij de passende beoordeling niet onderhandelbaar. Omdat de zoekzones een belangrijk instrument en hulpmiddel zijn voor wat betreft de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen, wordt in afwachting van de managementplannen Natura2000, gewerkt met zogenaamde voorlopige zoekzones. Deze worden opgesteld per habitattype of cluster van habitattypen en verschilt van de eerste kaart met voorlopige zoekzones zoals verspreid begin 2015. De nieuwe versie werd grotendeels gegenereerd met toepassing van het zogenaamde zoekzonemodel met actualisaties en aanpassingen ten gevolge van de uitvoering van de Programmatische Aanpak Stikstof. Dit model werd opgesteld in opdracht van het ANB door VITO en INBO (rapport in voorbereiding) en is gebaseerd op het Ruimtemodel Vlaanderen (VITO). Dit heeft als gevolg dat de kaart voor deze habittypes opgebouwd is op basis van een rasterkaart met cellen van 100x100m (1 ha), die afgeknipt worden op de grenzen van de SBZ (versie 2013). Voor een andere reeks habitats (niet door het model aanstuurbare habitats) zijn de zoekzones bepaald met de methode van de eerste voorlopige zoekzones (D. Adriaens, 2014, Afbakenen voorlopige zoekzones voor de habitattypen binnen SBZ-H, INBO, Nota voor ANB Beleid) . De grootste oppervlaktes daarvan betreffen habitats in de Kuststreek en in de Polders. Deze zoekzones werden ingetekend op basis van de habitatkaart (versie 2013) en op basis van geografische, biotische en abiotische factoren.

Geschikte uitbreidingslocaties voor Europees beschermde habitats en soorten - polygonen (hb:hb_zzihd_poly)

Een 'zoekzone' geeft per Europees te beschermen soort en per Europees te beschermen habitat de perimeter aan die gevrijwaard wordt met het oog op het optimaal plaatsen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de betrokken speciale beschermingszone in kwestie. De zoekzone maakt volgens het wettelijk kader deel uit van de richtkaarten die een onderdeel zijn van de Managementplannen Natura 2000. De zoekzones zullen evolueren bij elke nieuwe versie van het Managementplan Natura 2000 binnen eenzelfde cyclus van zes jaar. De zoekzones moeten als vaststaande verworvenheid beschouwd worden en zijn voor wat betreft de toepassing bij de passende beoordeling niet onderhandelbaar. Omdat de zoekzones een belangrijk instrument en hulpmiddel zijn voor wat betreft de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen, wordt in afwachting van de managementplannen Natura2000, gewerkt met zogenaamde voorlopige zoekzones. Deze worden opgesteld per habitattype of cluster van habitattypen en verschilt van de eerste kaart met voorlopige zoekzones zoals verspreid begin 2015. De nieuwe versie werd grotendeels gegenereerd met toepassing van het zogenaamde zoekzonemodel met actualisaties en aanpassingen ten gevolge van de uitvoering van de Programmatische Aanpak Stikstof. Dit model werd opgesteld in opdracht van het ANB door VITO en INBO (rapport in voorbereiding) en is gebaseerd op het Ruimtemodel Vlaanderen (VITO). Dit heeft als gevolg dat de kaart voor deze habittypes opgebouwd is op basis van een rasterkaart met cellen van 100x100m (1 ha), die afgeknipt worden op de grenzen van de SBZ (versie 2013). Voor een andere reeks habitats (niet door het model aanstuurbare habitats) zijn de zoekzones bepaald met de methode van de eerste voorlopige zoekzones (D. Adriaens, 2014, Afbakenen voorlopige zoekzones voor de habitattypen binnen SBZ-H, INBO, Nota voor ANB Beleid) . De grootste oppervlaktes daarvan betreffen habitats in de Kuststreek en in de Polders. Deze zoekzones werden ingetekend op basis van de habitatkaart (versie 2013) en op basis van geografische, biotische en abiotische factoren.

Geluidsbelasting luchtverkeer Lden 2011 (hh:hh_lucht_lden_2011)

Strategische geluidsbelastingskaart van belangrijke luchthavens. Het referentiejaar van deze data is 2011. Op de geluidskaart wordt de jaargemiddelde geluidsimmissie rond de luchthavens van Brussels Airport, Oostende-Brugge, Antwerpen-Deurne en Kortrijk-Wevelgem aangegeven. De geluidsbelasting wordt daarbij uitgedrukt in de parameter Lden. Het Lden-niveau is een gewogen jaargemiddeld geluidsdrukniveau over het etmaal waarbij de avond- en nachtniveaus relatief gezien zwaarder doorwegen, wat overeenkomt met de vaststelling dat geluidsoverlast 's avonds en 's nachts doorgaans als hinderlijker wordt ervaren. Uit Europees onderzoek blijkt dan ook dat een Lden een relatief goede voorspeller is van de mate waarin omwonenden hinder kunnen ondervinden. Deze geluidsbelastingskaart wordt 5-jaarlijks geactualiseerd.

Geluidsbelasting luchtverkeer Lnight 2011 (hh:hh_lucht_lnight_2011)

Strategische geluidsbelastingskaart van belangrijke luchthavens. Het referentiejaar van deze data is 2011. Op de geluidskaart wordt de jaargemiddelde geluidsimmissie rond de luchthavens van Brussels Airport, Oostende-Brugge, Antwerpen-Deurne en Kortrijk-Wevelgem aangegeven. De geluidsbelasting wordt daarbij uitgedrukt in de parameter Lnight. Het Lnight-niveau is het gemiddelde van de geluidsniveaus tijdens de nacht (23-07u) en is 1 van de geluidindicatoren die representatief zijn voor mogelijke, nachtelijke slaapverstoring. Deze geluidsbelastingskaart wordt 5-jaarlijks geactualiseerd.

Geluidsbelasting spoorverkeer Lden 2011 (hh:hh_spoor_lden_2011)

Strategische geluidsbelastingskaart voor spoorverkeer met meer dan 30 000 treinpassages per jaar volgens RL 2002/49/EG. Het referentiejaar van deze data is 2011. Op de geluidskaart wordt aangegeven aan hoeveel geluid de omgeving wordt blootgesteld. De geluidsbelasting wordt daarbij uitgedrukt in de parameter Lden. Het Lden-niveau is een gewogen jaargemiddeld geluidsdrukniveau over het etmaal waarbij de avond- en nachtniveaus relatief gezien zwaarder doorwegen, wat overeenkomt met de vaststelling dat geluidsoverlast 's avonds en 's nachts doorgaans als hinderlijker wordt ervaren. Uit Europees onderzoek blijkt dan ook dat een Lden een relatief goede voorspeller is van de mate waarin omwonenden hinder kunnen ondervinden. Deze geluidsbelastingskaarten worden geactualiseerd om de 5 jaar.

Geluidsbelasting spoorverkeer Lnight 2011 (hh:hh_spoor_lnight_2011)

Strategische geluidsbelastingskaart voor spoorverkeer met meer dan 30 000 treinpassages per jaar volgens RL 2002/49/EG. Het referentiejaar van deze data is 2011. Op de geluidskaart wordt aangegeven aan hoeveel geluid de omgeving wordt blootgesteld. De geluidsbelasting wordt daarbij uitgedrukt in de parameter Lnight. Het Lnight-niveau is het gemiddelde van de geluidsniveaus tijdens de nacht (23-07u) en is 1 van de geluidindicatoren die representatief zijn voor mogelijke, nachtelijke slaapverstoring. Deze geluidsbelastingskaarten worden geactualiseerd om de 5 jaar.

VLOPS kaarten NH3 2012 (VLOPS15, Meteo 2012, Emissies 2012) - NH3 concentratie (hh:hh_vlops_nh3_conc_1km_15MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde concentratie van ammoniak (NH3) in de lucht (in µg/m³) voor gans Vlaanderen op 1x1 km².

VLOPS kaarten - NH3 concentratie 2012 (VLOPS16, Meteo 2012, Emissies 2012) (hh:hh_vlops_nh3_conc_1km_16MZ12M512)

VLOPS staat voor VLaams Operationele Prioritaire Stoffen-model. Met VLOPS kunnen de emissies van bronnen binnen en buiten Vlaanderen doorgerekend worden tot concentraties in de lucht en hun deposities. Het model houdt rekening met de atmosferische processen, zoals verspreiding, omzetting, droge depositie en natte depositie. Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde concentratie van ammoniak (NH3) in de lucht (in µg/m³) in 2012 voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Deze kaart werd berekend met VLOPS16 (gebaseerd op OPS4.5.0), de emissiecijfers voor NH3 in 2012 en de meteorologische gegevens van 2012. Voor deze kaart werden de ruwe VLOPS-resultaten vermenigvuldigd met de kalibratiefactor 0,97.

VLOPS kaarten NH3 - NH3 concentratie (VLOPS17, Meteo 2012, Emissies 2012) (hh:hh_vlops_nh3_conc_1km_17MZ12M512)

Deze gekalibreerde VLOPS-kaart toont de gemodelleerde concentratie van ammoniak (NH3) in de lucht (in µg/m³) in 2012 voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Deze kaart werd berekend met VLOPS17 (gebaseerd op OPS4.5.1), de emissiecijfers voor NH3 in 2012 en de meteorologische gegevens van 2012.

VLOPS kaarten NH3 2012 (VLOPS15, Meteo 2012, Emissies 2012) - NHx droge depositie (hh:hh_vlops_nhx_dd_1km_15MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde droge depositie van NHx (in mol/ha·jaar) voor gans Vlaanderen op 1x1 km².

VLOPS kaarten NH3 2012 (VLOPS15, Meteo 2012, Emissies 2012) - NHx natte depositie (hh:hh_vlops_nhx_nd_1km_15MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde natte depositie van NHx (in mol/ha·jaar) voor gans Vlaanderen op 1x1 km².

VLOPS kaarten NH3 2012 (VLOPS15, Meteo 2012, Emissies 2012) - NHx totale depositie (hh:hh_vlops_nhx_td_1km_15MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde totale depositie van NHx (in mol/ha·jaar) van NH3 voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Voor deze kaart werden de resultaten van de droge- en de natte depositie van NHx bij elkaar opgeteld.

VLOPS kaarten NH3 - NHx totale depositie (VLOPS17, Meteo 2012, Emissies 2012) (hh:hh_vlops_nhx_td_1km_17MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde totale depositie van NHx (in mol/ha.jaar) van NH3 voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Voor deze kaart werden de resultaten van de droge- en de natte depositie van NHx bij elkaar opgeteld.

VLOPS kaarten NHx 2012 (VLOPS15, Meteo 2012, Emissies 2012) - NHx droge depositiesnelheid (hh:hh_vlops_nhx_vd_1km_15MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde droge depositiesnelheid van NHx (in cm/s) voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Ze is berekend uit de VLOPS-kaarten voor de NH3 concentratie en de droge depositie van NHx.

VLOPS kaarten - NHx droge depositiesnelheid 2012 (VLOPS16, Meteo 2012, Emissies 2012) (hh:hh_vlops_nhx_vd_1km_16MZ12M512)

VLOPS staat voor VLaams Operationele Prioritaire Stoffen-model. Met VLOPS kunnen de emissies van bronnen binnen en buiten Vlaanderen doorgerekend worden tot concentraties in de lucht en hun deposities. Het model houdt rekening met de atmosferische processen, zoals verspreiding, omzetting, droge depositie en natte depositie. Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde droge depositiesnelheid van NHx (in cm/s) in 2012 voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Deze kaart werd afgeleid uit de VLOPS-kaarten voor 2012 van de NH3 concentratie en de droge depositie van NHx. Die kaarten werden berekend met VLOPS16 (gebaseerd op OPS4.5.0), de emissiecijfers voor NH3 in 2012 en de meteorologische gegevens van 2012.

VLOPS kaarten NH3 - NHx droge depositiesnelheid (VLOPS17, Meteo 2012, Emissies 2012) (hh:hh_vlops_nhx_vd_1km_17MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde droge depositiesnelheid van NHx (in cm/s) in 2012 voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Deze kaart werd afgeleid uit de VLOPS-kaarten voor 2012 van de NH3 concentratie en de droge depositie van NHx. Die kaarten werden berekend met VLOPS17 (gebaseerd op OPS4.5.1), de emissiecijfers voor NH3 in 2012 en de meteorologische gegevens van 2012.

VLOPS kaarten NOx 2012 (VLOPS15, Meteo 2012, Emissies 2012) - NOx concentratie (hh:hh_vlops_nox_conc_1km_15MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde concentratie van stikstofoxiden (NOx) in de lucht (in µg/m³) voor gans Vlaanderen op 1x1 km².

VLOPS kaarten NOx 2012 (VLOPS15, Meteo 2012, Emissies 2012) - NOy droge depositie (hh:hh_vlops_noy_dd_1km_15MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde droge depositie van NOy (in mol/ha·jaar) voor gans Vlaanderen op 1x1 km².

VLOPS kaarten NOx 2012 (VLOPS15, Meteo 2012, Emissies 2012) - NOy natte depositie (hh:hh_vlops_noy_nd_1km_15MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde natte depositie van NOy (in mol/ha·jaar) voor gans Vlaanderen op 1x1 km².

VLOPS kaarten NOx 2012 (VLOPS15, Meteo 2012, Emissies 2012) - NOy totale depositie (hh:hh_vlops_noy_td_1km_15MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde totale depositie van NOy (in mol/ha·jaar) van NOx voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Voor deze kaart werden de resultaten van de droge- en de natte depositie van NOy bij elkaar opgeteld.

VLOPS kaarten NOx - NOy totale depositie (VLOPS17, Meteo 2012, Emissies 2012) (hh:hh_vlops_noy_td_1km_17MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde totale depositie van NOy (in mol/ha·jaar) van NOx voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Voor deze kaart werden de resultaten van de droge- en de natte depositie van NOy bij elkaar opgeteld.

VLOPS kaarten NOx 2012 (VLOPS15, Meteo 2012, Emissies 2012) - NOy droge depositiesnelheid (hh:hh_vlops_noy_vd_1km_15MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde droge depositiesnelheid van NOy (in cm/s) voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Ze is berekend uit de VLOPS-kaarten voor de NOx concentratie en de droge depositie van NOy.

VLOPS kaarten - NOy droge depositiesnelheid 2012 (VLOPS16, Meteo 2012, Emissies 2012) (hh:hh_vlops_noy_vd_1km_16MZ12M512)

VLOPS staat voor VLaams Operationele Prioritaire Stoffen-model. Met VLOPS kunnen de emissies van bronnen binnen en buiten Vlaanderen doorgerekend worden tot concentraties in de lucht en hun deposities. Het model houdt rekening met de atmosferische processen, zoals verspreiding, omzetting, droge depositie en natte depositie. Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde droge depositiesnelheid van NOy (in cm/s) in 2012 voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Deze kaart werd afgeleid uit de VLOPS-kaarten voor 2012 van de NOx concentratie en de droge depositie van NOy. Die kaarten werden berekend met VLOPS16 (gebaseerd op OPS4.5.0), de emissiecijfers voor NOx in 2012 en de meteorologische gegevens van 2012.

VLOPS kaarten NOx - NOy droge depositiesnelheid (VLOPS17, Meteo 2012, Emissies 2012) (hh:hh_vlops_noy_vd_1km_17MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde droge depositiesnelheid van NOy (in cm/s) in 2012 voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Deze kaart werd afgeleid uit de VLOPS-kaarten voor 2012 van de NOx concentratie en de droge depositie van NOy. Die kaarten werden berekend met VLOPS17 (gebaseerd op OPS4.5.1), de emissiecijfers voor NOx in 2012 en de meteorologische gegevens van 2012.

VLOPS kaarten SO2 2012 (VLOPS15, Meteo 2012, Emissies 2012) - SO2 concentratie (hh:hh_vlops_so2_conc_1km_15MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde concentratie van zwaveldioxide (SO2) in de lucht (in µg/m³) voor gans Vlaanderen op 1x1 km².

VLOPS kaarten SO2 2012 (VLOPS15, Meteo 2012, Emissies 2012) - SOx droge depositie (hh:hh_vlops_sox_dd_1km_15MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde droge depositie van SOx (in mol/ha·jaar) voor gans Vlaanderen op 1x1 km².

VLOPS kaarten SO2 2012 (VLOPS15, Meteo 2012, Emissies 2012) - SOx natte depositie (hh:hh_vlops_sox_nd_1km_15MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde natte depositie van SOx (in mol/ha·jaar) voor gans Vlaanderen op 1x1 km².

VLOPS kaarten SO2 2012 (VLOPS15, Meteo 2012, Emissies 2012) - SOx totale depositie (hh:hh_vlops_sox_td_1km_15MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde totale depositie van SOx (in mol/ha·jaar) van SO2 voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Voor deze kaart werden de resultaten van de droge- en de natte depositie van SOx bij elkaar opgeteld.

VLOPS kaarten SO2 - SOx totale depositie (VLOPS17, Meteo 2012, Emissies 2012) (hh:hh_vlops_sox_td_1km_17MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde totale depositie van SOx (in mol/ha·jaar) van SO2 voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Voor deze kaart werden de resultaten van de droge- en de natte depositie van SOx bij elkaar opgeteld.

VLOPS kaarten SO2 2012 (VLOPS15, Meteo 2012, Emissies 2012) - SOx droge depositiesnelheid (hh:hh_vlops_sox_vd_1km_15MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde droge depositiesnelheid van SOx (in cm/s) voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Ze is berekend uit de VLOPS-kaarten voor de SO2 concentratie en de droge depositie van SOx.

VLOPS kaarten - SOx droge depositiesnelheid 2012 (VLOPS16, Meteo 2012, Emissies 2012) (hh:hh_vlops_sox_vd_1km_16MZ12M512)

VLOPS staat voor VLaams Operationele Prioritaire Stoffen-model. Met VLOPS kunnen de emissies van bronnen binnen en buiten Vlaanderen doorgerekend worden tot concentraties in de lucht en hun deposities. Het model houdt rekening met de atmosferische processen, zoals verspreiding, omzetting, droge depositie en natte depositie. Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde droge depositiesnelheid van SOx (in cm/s) in 2012 voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Deze kaart werd afgeleid uit de VLOPS-kaarten voor 2012 van de SO2 concentratie en de droge depositie van SOx. Die kaarten werden berekend met VLOPS16 (gebaseerd op OPS4.5.0), de emissiecijfers voor SO2 in 2012 en de meteorologische gegevens van 2012.

VLOPS kaarten SO2 - SOx droge depositiesnelheid (VLOPS17, Meteo 2012, Emissies 2012) (hh:hh_vlops_sox_vd_1km_17MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde droge depositiesnelheid van SOx (in cm/s) in 2012 voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Deze kaart werd afgeleid uit de VLOPS-kaarten voor 2012 van de SO2 concentratie en de droge depositie van SOx. Die kaarten werden berekend met VLOPS17 (gebaseerd op OPS4.5.1), de emissiecijfers voor SO2 in 2012 en de meteorologische gegevens van 2012.

VLOPS kaarten totale vermestende depositie 2012 (VLOPS15, Meteo 2012, Emissies 2012) (hh:hh_vlops_tmd_1km_15MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde totale vermestende depositie (in kg N/ha·jaar) voor gans Vlaanderen op 1x1 km².

VLOPS kaarten - Totale vermestende depositie 2012 (VLOPS16, Meteo 2012, Emissies 2012) (hh:hh_vlops_tmd_1km_16MZ12M512)

VLOPS staat voor VLaams Operationele Prioritaire Stoffen-model. Met VLOPS kunnen de emissies van bronnen binnen en buiten Vlaanderen doorgerekend worden tot concentraties in de lucht en hun deposities. Het model houdt rekening met de atmosferische processen, zoals verspreiding, omzetting, droge depositie en natte depositie. Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde totale vermestende depositie (in kg N/ha·jaar) in 2012 voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Deze kaart werd berekend met VLOPS16 (gebaseerd op OPS4.5.0), de emissiecijfers voor NH3 en NOx in 2012 en de meteorologische gegevens van 2012. Voor deze kaart werden de resultaten voor de totale depositie van NHx en NOy bij elkaar opgeteld samen met een bijtelling voor opgelost organisch stikstof (DON) van 150 mol/ha.jaar.

VLOPS kaart totale vermestende depositie (VLOPS17, Meteo 2012, Emissies 2012) (hh:hh_vlops_tmd_1km_17MZ12M512)

Deze gekalibreerde VLOPS-kaart toont de gemodelleerde totale vermestende depositie (in kg N/(ha·jaar)) in 2012 voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Deze kaart werd berekend met VLOPS17 (gebaseerd op OPS4.5.1), de emissiecijfers voor NH3 en NOx in 2012 en de meteorologische gegevens van 2012. Voor deze kaart werden de resultaten voor de totale depositie van NHx en NOy bij elkaar opgeteld samen met een bijtelling voor opgelost organisch stikstof (DON) van 150 mol/ha.jaar.

VLOPS kaarten totale verzurende depositie 2012 (VLOPS15, Meteo 2012, Emissies 2012) (hh:hh_vlops_tzd_1km_15MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde totale verzurende depositie (in Zeq/ha·jaar) voor gans Vlaanderen op 1x1 km².

VLOPS kaarten - totale verzurende depositie 2012 (VLOPS16, Meteo 2012, Emissies 2012) (hh:hh_vlops_tzd_1km_16MZ12M512)

VLOPS staat voor VLaams Operationele Prioritaire Stoffen-model. Met VLOPS kunnen de emissies van bronnen binnen en buiten Vlaanderen doorgerekend worden tot concentraties in de lucht en hun deposities. Het model houdt rekening met de atmosferische processen, zoals verspreiding, omzetting, droge depositie en natte depositie. Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde totale verzurende depositie (in Zeq/ha·jaar) in 2012 voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Deze kaart werd berekend met VLOPS16 (gebaseerd op OPS4.5.0), de emissiecijfers voor NH3, NOx en SO2 in 2012 en de meteorologische gegevens van 2012. Voor deze kaart werden de resultaten voor de totale depositie van NHx, NOy en SOx bij elkaar opgeteld samen met een bijtelling voor halogeenzuren van 25 Zeq/ha/j voor zowel de droge- als de natte depositie en voor organische van 170 Zeq/ha/j voor de droge depositie en 60 Zeq/ha/j voor de natte depositie.

VLOPS kaart totale verzurende depositie (VLOPS17, Meteo 2012, Emissies 2012) (hh:hh_vlops_tzd_1km_17MZ12M512)

Deze VLOPS-kaart toont de gemodelleerde totale verzurende depositie (in Zeq/(ha·jaar)) in 2012 voor gans Vlaanderen op 1x1 km². Deze kaart werd berekend met VLOPS17 (gebaseerd op OPS4.5.1), de emissiecijfers voor NH3, NOx en SO2 in 2012 en de meteorologische gegevens van 2012. Voor deze kaart werden de resultaten voor de totale depositie van NHx, NOy en SOx bij elkaar opgeteld samen met een bijtelling voor halogeenzuren van 25 Zeq/ha/j voor zowel de droge- als de natte depositie en voor organische van 170 Zeq/ha/j voor de droge depositie en 60 Zeq/ha/j voor de natte depositie.

Strategische geluidsbelastingkaart - 2011 - belangrijke en aanvullende wegen - Lden - contouren (hh:hh_weg_lden_2011)

Strategische geluidsbelastingkaart voor wegverkeer met meer dan 3 miljoen voertuigpassages per jaar volgens RL 2002/49/EG, samen met impact van aanvullende wegen. Het referentiejaar van deze data is 2011. Op de geluidskaart wordt aangegeven aan hoeveel geluid de omgeving wordt blootgesteld. De geluidsbelasting wordt daarbij uitgedrukt in de parameter Lden. Het Lden-niveau is een gewogen jaargemiddeld geluidsdrukniveau over het etmaal waarbij de avond- en nachtniveaus relatief gezien zwaarder doorwegen, wat overeenkomt met de vaststelling dat geluidsoverlast ’s avonds en ’s nachts doorgaans als hinderlijker wordt ervaren. Uit Europees onderzoek blijkt dan ook dat een Lden een relatief goede voorspeller is van de mate waarin omwonenden hinder kunnen ondervinden.Deze geluidsbelastingkaarten worden geactualiseerd om de 5 jaar.

Geluidsbelasting wegverkeer Lnight 2011 (hh:hh_weg_lnight_2011)

Strategische geluidsbelastingskaart voor wegverkeer met meer dan 3 miljoen voertuigpassages per jaar volgens RL 2002/49/EG, samen met impact van aanvullende wegen. Het referentiejaar van deze data is 2011. Op de geluidskaart wordt aangegeven aan hoeveel geluid de omgeving wordt blootgesteld. De geluidsbelasting wordt daarbij uitgedrukt in de parameter Lnight. Het Lnight-niveau is het gemiddelde van de geluidsniveaus tijdens de nacht (23-07u) en is 1 van de geluidindicatoren die representatief zijn voor mogelijke, nachtelijke slaapverstoring. Deze geluidsbelastingskaarten worden geactualiseerd om de 5 jaar.

Baggerzones in de vaargeul van de Noordzee en de Schelde (hy:hy_bgrz_mt)

Een baggerzone is een zone waarbinnen werkzaamheden gebeuren die nodig zijn bij het weghalen van zand, slib en andere lagen van de waterbodem. Deze baggerzones liggen binnen de vaargeul op de Noordzee en de Schelde tot aan Rupelmonde.

Stortzones in de Noordzee en de Schelde (hy:hy_strtz_mt)

Zones waar baggerspecie wordt gestort. In dit geval zijn de zones gesitueerd in de Noordzee en de Schelde tot aan Rupelmonde.

Contouren van de vaargeul in de Noordzee en van de Schelde (hy:hy_vglb_mt)

Een vaargeul is het deel van de (breedte van de) bodem van de vaarweg dat voor de scheepvaart door baggeren op een bepaalde minimale diepte gehouden moet worden. Deze vaargeul loopt vanaf de Noordzee door naar de Schelde tot aan Rupelmonde.

Gewestplan raster (lu:lu_gwp_rv_raster)

De bestemmingen op de Vlaamse gewestplannen, cartografisch weergegeven via de officiele gewestplanlegende. De bestemming verwijst naar de algemene en aanvullende (bijzondere) stedenbouwkundige voorschriften zoals ze voor al de Vlaamse gewestplannen werden vastgelegd. Ook de gewestplanwijzigingen werden verwerkt. Schorsings- en vernietigingsarresten werden echter in principe niet verwerkt. Dit bestand is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Toch is het niet uitgesloten dat bepaalde informatie verouderd, onvolledig of onjuist is. Het digitale gewestplan is een bestand geschikt voor gebruik op middenschalig niveau, met maximale gebruiksschaal 1/10.000 . Het gecombineerd raadplegen van dit bestand met grootschalige percelenkaarten is cartografisch niet correct en biedt geen uitsluitsel over de juridisch verordenende planningscontext van een perceel. Aan de gegevens in de kaart kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie in de kaart heeft louter informatieve waarde en geen juridisch bindende kracht. Om uitsluitsel te krijgen over de juridische planningscontext van een bepaald perceel of gebied dient u contact op te nemen met de gemeentelijke stedenbouwkundige dienst.

Herbevestigde agrarische gebieden (lu:lu_hag)

De herbevestigde agrarische gebieden zijn een van de gevolgen van de afbakeningsprocessen in de buitengebiedregio's. Via dit planningsproces worden de bestaande gewestplannen beleidsmatig herbevestigd voor de gebeiden van de aggrarische structuur.

Landschapsatlas 2001 - ankerplaatsen, lijnrelicten, puntrelicten en relictzones (lu:lu_la_ap)

De Landschapsatlas is het resultaat van een snelsurvey van de relicten van de traditionele landschappen in Vlaanderen, steunend op de beschikbare informatiebronnen, kaartreeksen en de kleurenorthofoto's van omstreeks 1990. De opmaak gebeurde per provincie, startte in 1996 en werd voltooid in 2000. Dit is dan ook de referentieperiode voor deze inventarisatie. Een relict is een overblijfsel uit vroegere tijd dat nog getuigt van de toestand die toenmaals was. Met betrekking tot landschappen kunnen relicten zeer divers in aard zijn en getuigen in vele gevallen van een wordingsgeschiedenis. Daarom werd een classificatie gemaakt naar de ruimtelijke dimensie die de relicten in het landschap bezitten en dit in relatie tot de gebruikte kaartschaal 1/50.000. In wezen zijn dit punt-, lijn- en vlakvormige relicten. De categorieen zijn dan ook punt- en lijnrelicten, relictzones en ankerplaatsen.

Landschapsatlas - lijnrelicten (lu:lu_la_lr)

De Landschapsatlas is het resultaat van een snelsurvey van de relicten van de traditionele landschappen in Vlaanderen, steunend op de beschikbare informatiebronnen, kaartreeksen en de kleurenorthofoto's van omstreeks 1990. De opmaak gebeurde per provincie, startte in 1996 en werd voltooid in 2000. Dit is dan ook de referentieperiode voor deze inventarisatie. Een relict is een overblijfsel uit vroegere tijd dat nog getuigt van de toestand die toenmaals was. Met betrekking tot landschappen kunnen relicten zeer divers in aard zijn en getuigen in vele gevallen van een wordingsgeschiedenis. Daarom werd een classificatie gemaakt naar de ruimtelijke dimensie die de relicten in het landschap bezitten en dit in relatie tot de gebruikte kaartschaal 1/50.000. In wezen zijn dit punt-, lijn- en vlakvormige relicten. De categorieen zijn dan ook punt- en lijnrelicten, relictzones en ankerplaatsen.

Landschapsatlas - puntrelicten (lu:lu_la_pr)

De Landschapsatlas is het resultaat van een snelsurvey van de relicten van de traditionele landschappen in Vlaanderen, steunend op de beschikbare informatiebronnen, kaartreeksen en de kleurenorthofoto' van omstreeks 1990. De opmaak gebeurde per provincie, startte in 1996 en werd voltooid in 2000. Dit is dan ook de referentieperiode voor deze inventarisatie. Een relict is een overblijfsel uit vroegere tijd dat nog getuigt van de toestand die toenmaals was. Met betrekking tot landschappen kunnen relicten zeer divers in aard zijn en getuigen in vele gevallen van een wordingsgeschiedenis. Daarom werd een classificatie gemaakt naar de ruimtelijke dimensie die de relicten in het landschap bezitten en dit in relatie tot de gebruikte kaartschaal 1/50.000. In wezen zijn dit punt-, lijn- en vlakvormige relicten. De categorieen zijn dan ook punt- en lijnrelicten, relictzones en ankerplaatsen.

Landschapsatlas - relictzone (lu:lu_la_rz)

De Landschapsatlas is het resultaat van een snelsurvey van de relicten van de traditionele landschappen in Vlaanderen, steunend op de beschikbare informatiebronnen, kaartreeksen en de kleurenorthofoto' van omstreeks 1990. De opmaak gebeurde per provincie, startte in 1996 en werd voltooid in 2000. Dit is dan ook de referentieperiode voor deze inventarisatie. Een relict is een overblijfsel uit vroegere tijd dat nog getuigt van de toestand die toenmaals was. Met betrekking tot landschappen kunnen relicten zeer divers in aard zijn en getuigen in vele gevallen van een wordingsgeschiedenis. Daarom werd een classificatie gemaakt naar de ruimtelijke dimensie die de relicten in het landschap bezitten en dit in relatie tot de gebruikte kaartschaal 1/50.000. In wezen zijn dit punt-, lijn- en vlakvormige relicten. De categorieen zijn dan ook punt- en lijnrelicten, relictzones en ankerplaatsen.

Landschapskenmerkenkaart - Cluster van lijnvormige landschapselementen (lu:lu_lkk_clle)

De landschapskenmerkenkaart is het resultaat van de aanvullende inventaris van de ruimtelijke landschapskenmerken van bovenlokaal belang in Vlaanderen. De geinventariseerde ruimtelijk structurerende landschapselementen en -kenmerken zijn zowel van fysische (relief, hydrografie,...), biotische (planten, struiken, bomen, cultuurgewassen,...) of menselijke (nederzettingsgeografie, landname en kolonisatie, wonen en werken, landbouw en industrie, verkeer en transport,...) aard. De term "ruimtelijk structurerend landschapskenmerk" is geoperationaliseerd a.h.v. 3 criteria: het kenmerk heeft door zijn aanwezigheid een invloed op de opbouw, ruimtelijke configuratie; het is visueel dominant aanwezig en het heeft een bakenfunctie; het is typisch orienterend voor een bepaalde streek. De kartering van de belangrijke landschapskenmerken is uitgevoerd op kaartschaal 1 : 50 000.

Landschapskenmerkenkaart - Cluster van puntvormige landschapselementen (lu:lu_lkk_cple)

De landschapskenmerkenkaart is het resultaat van de aanvullende inventaris van de ruimtelijke landschapskenmerken van bovenlokaal belang in Vlaanderen. De geinventariseerde ruimtelijk structurerende landschapselementen en -kenmerken zijn zowel van fysische (relief, hydrografie,...), biotische (planten, struiken, bomen, cultuurgewassen,...) of menselijke (nederzettingsgeografie, landname en kolonisatie, wonen en werken, landbouw en industrie, verkeer en transport,...) aard. De term "ruimtelijk structurerend landschapskenmerk" is geoperationaliseerd a.h.v. 3 criteria: het kenmerk heeft door zijn aanwezigheid een invloed op de opbouw, ruimtelijke configuratie; het is visueel dominant aanwezig en het heeft een bakenfunctie; het is typisch orienterend voor een bepaalde streek. De kartering van de belangrijke landschapskenmerken is uitgevoerd op kaartschaal 1 : 50 000.

Landschapskenmerkenkaart - Cluster van vlakvormige landschapselementen (lu:lu_lkk_cvle)

De landschapskenmerkenkaart is het resultaat van de aanvullende inventaris van de ruimtelijke landschapskenmerken van bovenlokaal belang in Vlaanderen. De geinventariseerde ruimtelijk structurerende landschapselementen en -kenmerken zijn zowel van fysische (relief, hydrografie,...), biotische (planten, struiken, bomen, cultuurgewassen,...) of menselijke (nederzettingsgeografie, landname en kolonisatie, wonen en werken, landbouw en industrie, verkeer en transport,...) aard. De term "ruimtelijk structurerend landschapskenmerk" is geoperationaliseerd a.h.v. 3 criteria: het kenmerk heeft door zijn aanwezigheid een invloed op de opbouw, ruimtelijke configuratie; het is visueel dominant aanwezig en het heeft een bakenfunctie; het is typisch orienterend voor een bepaalde streek. De kartering van de belangrijke landschapskenmerken is uitgevoerd op kaartschaal 1 : 50 000.

Landschapskenmerkenkaart - Lijnvormig landschapselement (lu:lu_lkk_lle)

De landschapskenmerkenkaart is het resultaat van de aanvullende inventaris van de ruimtelijke landschapskenmerken van bovenlokaal belang in Vlaanderen. De geinventariseerde ruimtelijk structurerende landschapselementen en -kenmerken zijn zowel van fysische (relief, hydrografie,...), biotische (planten, struiken, bomen, cultuurgewassen,...) of menselijke (nederzettingsgeografie, landname en kolonisatie, wonen en werken, landbouw en industrie, verkeer en transport,...) aard. De term "ruimtelijk structurerend landschapskenmerk" is geoperationaliseerd a.h.v. 3 criteria: het kenmerk heeft door zijn aanwezigheid een invloed op de opbouw, ruimtelijke configuratie; het is visueel dominant aanwezig en het heeft een bakenfunctie; het is typisch orienterend voor een bepaalde streek. De kartering van de belangrijke landschapskenmerken is uitgevoerd op kaartschaal 1 : 50 000.

Landschapskenmerkenkaart - Lijnvormig landschapselement - waterloop of kanaal (lu:lu_lkk_lle_wk)

De landschapskenmerkenkaart is het resultaat van de aanvullende inventaris van de ruimtelijke landschapskenmerken van bovenlokaal belang in Vlaanderen. De geinventariseerde ruimtelijk structurerende landschapselementen en -kenmerken zijn zowel van fysische (relief, hydrografie,...), biotische (planten, struiken, bomen, cultuurgewassen,...) of menselijke (nederzettingsgeografie, landname en kolonisatie, wonen en werken, landbouw en industrie, verkeer en transport,...) aard. De term "ruimtelijk structurerend landschapskenmerk" is geoperationaliseerd a.h.v. 3 criteria: het kenmerk heeft door zijn aanwezigheid een invloed op de opbouw, ruimtelijke configuratie; het is visueel dominant aanwezig en het heeft een bakenfunctie; het is typisch orienterend voor een bepaalde streek. De kartering van de belangrijke landschapskenmerken is uitgevoerd op kaartschaal 1 : 50 000.

Landschapskenmerkenkaart - Puntvormig landschapselement (lu:lu_lkk_ple)

De landschapskenmerkenkaart is het resultaat van de aanvullende inventaris van de ruimtelijke landschapskenmerken van bovenlokaal belang in Vlaanderen. De geinventariseerde ruimtelijk structurerende landschapselementen en -kenmerken zijn zowel van fysische (relief, hydrografie,...), biotische (planten, struiken, bomen, cultuurgewassen,...) of menselijke (nederzettingsgeografie, landname en kolonisatie, wonen en werken, landbouw en industrie, verkeer en transport,...) aard. De term "ruimtelijk structurerend landschapskenmerk" is geoperationaliseerd a.h.v. 3 criteria: het kenmerk heeft door zijn aanwezigheid een invloed op de opbouw, ruimtelijke configuratie; het is visueel dominant aanwezig en het heeft een bakenfunctie; het is typisch orienterend voor een bepaalde streek. De kartering van de belangrijke landschapskenmerken is uitgevoerd op kaartschaal 1 : 50 000.

Landschapskenmerkenkaart - Vlakvormig landschapselement (lu:lu_lkk_vle)

De landschapskenmerkenkaart is het resultaat van de aanvullende inventaris van de ruimtelijke landschapskenmerken van bovenlokaal belang in Vlaanderen. De geinventariseerde ruimtelijk structurerende landschapselementen en -kenmerken zijn zowel van fysische (relief, hydrografie,...), biotische (planten, struiken, bomen, cultuurgewassen,...) of menselijke (nederzettingsgeografie, landname en kolonisatie, wonen en werken, landbouw en industrie, verkeer en transport,...) aard. De term "ruimtelijk structurerend landschapskenmerk" is geoperationaliseerd a.h.v. 3 criteria: het kenmerk heeft door zijn aanwezigheid een invloed op de opbouw, ruimtelijke configuratie; het is visueel dominant aanwezig en het heeft een bakenfunctie; het is typisch orienterend voor een bepaalde streek. De kartering van de belangrijke landschapskenmerken is uitgevoerd op kaartschaal 1 : 50 000.

Ruimtebeslag - Vlaanderen - toestand 2013 (lu:lu_ruibes_vlaa_2013)

Deze kaart geeft voor iedere 10m-cel binnen het Vlaamse Gewest een aanduiding of deze wel of niet behoort tot het ruimtebeslag, en dit voor referentiejaar 2013. Het concept ‘ruimtebeslag’ is gedefinieerd in het Witboek Beleidsplan Ruimte als dat deel van de ruimte waarin de biofysische functie niet langer de belangrijkste is. Het gaat, met andere woorden, over de ruimte die ingenomen worden door onze nederzettingen (dus voor huisvesting, industriële en commerciële doeleinden, transportinfrastructuur, recreatieve doeleinden en ook parken en tuinen). Deze definitie is gebaseerd op de definitie die de Europese Commissie hanteert voor ‘settlement area’ of ‘artificial land’, namelijk "the area of land used for housing, industrial and commercial purposes, health care, education, nursing infrastructure, roads and rail networks, recreation (parks and sports grounds), etc. In land use planning, it usually corresponds to all land uses beyond agriculture, semi-natural areas, forestry, and water bodies." (EC, 2012). Het ruimtebeslag , zoals hier samengesteld, is gebaseerd op de 4 niveaus van het 'landgebruiksbestand 2013'. Meer bepaald wordt het ruimtebeslag gedefinieerd door een combinatie van een aantal landgebruikscategorieën op de verschillende niveaus. Voor meer details over de totstandkoming van het onderliggende 'landgebruiksbestand' en over de gehanteerde methode van toewijzing tot ruimtebeslag wordt verwezen naar respectievelijk de rapporten 'landgebruiksbestand referentiejaar 2013' en 'indicatoren ruimtelijk rendement' die je terugvindt op https://www.ruimtelijkeordening.be/NL/Diensten/Onderzoek/Studies/articleType/ArticleView/articleId/9077

Ruimtebeslag - Vlaams en Brussels Gewest - toestand 2013 (lu:lu_ruibes_vlabru_2013)

Deze kaart geeft voor iedere 10m-cel binnen het Vlaamse én het Brusselse Gewest een aanduiding of deze wel of niet behoort tot het ruimtebeslag, en dit voor referentiejaar 2013. Het concept ‘ruimtebeslag’ is gedefinieerd in het Witboek Beleidsplan Ruimte als dat deel van de ruimte waarin de biofysische functie niet langer de belangrijkste is. Het gaat, met andere woorden, over de ruimte die ingenomen worden door onze nederzettingen (dus voor huisvesting, industriële en commerciële doeleinden, transportinfrastructuur, recreatieve doeleinden en ook parken en tuinen). Deze definitie is gebaseerd op de definitie die de Europese Commissie hanteert voor ‘settlement area’ of ‘artificial land’, namelijk "the area of land used for housing, industrial and commercial purposes, health care, education, nursing infrastructure, roads and rail networks, recreation (parks and sports grounds), etc. In land use planning, it usually corresponds to all land uses beyond agriculture, semi-natural areas, forestry, and water bodies." (EC, 2012). Het ruimtebeslag , zoals hier samengesteld, is gebaseerd op de 4 niveaus van het 'landgebruiksbestand 2013'. Meer bepaald wordt het ruimtebeslag gedefinieerd door een combinatie van een aantal landgebruikscategorieën op de verschillende niveaus. Voor meer details over de totstandkoming van het onderliggende 'landgebruiksbestand' en over de gehanteerde methode van toewijzing tot ruimtebeslag wordt verwezen naar respectievelijk de rapporten 'landgebruiksbestand referentiejaar 2013' en 'indicatoren ruimtelijk rendement' die je terugvindt op https://www.ruimtelijkeordening.be/NL/Diensten/Onderzoek/Studies/articleType/ArticleView/articleId/9077

Speelzones, zomerspeelzones en vrij toegankelijke zones in bossen en natuurdomeinen (lu:lu_speelzones)

De dataset speelzones in bossen en natuurreservaten geeft een overzicht van alle officiele speelzones en vrij toegankelijke zones in de bossen en natuurreservaten in Vlaanderen. De opmaak van deze dataset kadert in het Charter voor Jeugd, Natuur en Bos dat op 29 augustus 2008 werd afgesloten tussen de ministers bevoegd voor natuur en voor jeugd enderzijds en diverse vertegenwoordigers uit de jeugdsector en de natuursector anderzijds. Momenteel gebeurt de actualisatie jaarlijks door het Agentschap voor Natuur en Bos. De speelzones in bossen worden gesitueerd in het Vlaamse bosareaal door gebruik te maken van de door het ANB beheerde bossen. Daarnaast worden ook de officiele speelzones in natuurreservaten opgenomen in de datalaag.

Wetenschappelijke inventaris archeologisch erfgoed (lu:lu_wet_az)

In de inventaris van archeologische zones worden zones opgenomen waarvan we op basis van waarnemingen en wetenschappelijke argumenten kunnen aannemen dat ze hoogstwaarschijnlijk archeologische waarde hebben. De inventaris is dus gebaseerd op huidige kennis en inzichten. De archeologische zones vertegenwoordigen slechts een gekend deel van het archeologisch bodemarchief. Ze geven zeker geen volledig overzicht van ‘hét archeologisch erfgoed’ in Vlaanderen. Door nieuw onderzoek kunnen we zones toevoegen of schrappen of kunnen we zones uitbreiden of verkleinen.

Wetenschappelijek inventaris van het bouwkundig erfgoed: gehelen (lu:lu_wet_dibe_geheel)

Om erfgoed doordacht te beschermen en goed te beheren, is een goede voorbereiding alles. En die voorbereiding start bij het inventariseren, waarderen en selecteren van waardevolle objecten. Om tot een goed onderbouwde keuze te komen, wordt elk object wetenschappelijk onderzocht en getoetst aan objectieve criteria. We beschikken hiervoor over verschillende wetenschappelijke inventarissen. De wetenschappelijke invenatris voor bouwkundig erfgoed: gehelen is hier een van.

Wetenschappelijke inventaris van het bouwkundig erfgoed: relicten (lu:lu_wet_dibe_relict)

Om erfgoed doordacht te beschermen en goed te beheren, is een goede voorbereiding alles. En die voorbereiding start bij het inventariseren, waarderen en selecteren van waardevolle objecten. Om tot een goed onderbouwde keuze te komen, wordt elk object wetenschappelijk onderzocht en getoetst aan objectieve criteria. We beschikken hiervoor over verschillende wetenschappelijke inventarissen. De wetenschappelijke invenatris voor bouwkundig erfgeod: relicten is hier een van.

Wetenschappelijke inventaris houtige beplantingen met erfgoedwaarde (lu:lu_wet_hbe)

Bij de inventarisatie van Houtige Beplantingen met Erfgoedwaarde wordt op zoek gegaan naar beplantingsvormen die representatief zijn voor het werk van de mens of van de natuur of van beiden samen. Deze bomen en struiken worden opgenomen wanneer ze erfgoedwaarde bevatten, zoals een historische, esthetische en volkskundige waarde.

Wetenschappelijke inventaris van historische tuinen en parken (lu:lu_wet_htp)

In de Inventaris van Historische Tuinen en Parken worden zowel bescheiden voortuinen en villatuinen als stadsparken en kasteeldomeinen van meerdere hectaren opgenomen. Voor elk item wordt getracht aan de hand van kaarten, iconografisch materiaal, literatuuronderzoek en terreinstudie de aanleg en evolutie te schetsen. Architecturale en ruimtelijk-structurerende kenmerken zoals de aanwezigheid van zichtassen, tuinornamentiek, het architecturale microreliëf, en de padenstructuur worden hierbij besproken. Het determineren en opmeten van het aanwezige bomenbestand geeft informatie over de verschillende aanplantingscampagnes en de soortenvariatie die in de tuin of het park aanwezig is. Het agentschap Onroerend Erfgoed is in 1994 gestart met het in kaart brengen van tuinen en parken met erfgoedwaarde. De resultaten van dit onderzoek verschenen in de periode 2003-2011 in tien delen van de reeks M&L-Cahiers onder de titel “Historische tuinen en parken van Vlaanderen”. De resultaten van deze geografische inventarisatie verspreid over 66 gemeenten uit de provincies Limburg en Vlaams-Brabant zullen in de periode 2013-2016 in de online inventaris worden opgenomen. Daarnaast wordt verder gewerkt aan de thematische inventaris tuinen en parken van voor de Eerste Wereldoorlog in de frontzone. Ook deze resultaten worden stelselmatig in de inventaris opgenomen.

Wetenschappelijke inventaris landschapsatlasrelicten (lu:lu_wet_la)

De Inventaris van het Landschappelijk Erfgoed geeft een overzicht van historische landschapselementen, structuren en gehelen. Die relicten zijn afkomstig van verschillende periodes in het verleden en geven aan hoe het landschap historisch gegroeid is. Ze worden opgespoord met behulp van historische kaarten, luchtfoto’s, literatuurstudie en mondelinge informatie. Deze relicten kunnen diverse erfgoedwaardes omvatten: waaronder esthetische, natuurwetenschappelijke, historische, sociaal-culturele en ruimtelijk structurerende waarden. Of iets waardevol is en kan worden opgenomen in de inventaris, wordt bepaald aan de hand van de criteria samenhang, gaafheid en herkenbaarheid.

Inventaris van het Wereldoorlogerfgoed (lu:lu_wet_woi_relict)

De inventaris bevat in de eerste plaats de nog aanwezige relicten van de Eerste Wereldoorlog langsheen de frontlijn en in het niet-bezette gebied van West-Vlaanderen. Omdat bepaalde sites of relicten in de Tweede Wereldoorlog opnieuw werden gebruikt, zijn ook die erin te vinden. Ook monumenten, begraafplaatsen en graven werden opgenomen ? ongeacht wanneer ze tot stand kwamen: tijdens of (lang) na de Eerste wereldoorlog.

Atlas van de woonuitbreidingsgebieden (lu:lu_wug)

De Atlas van de woonuitbreidingsgebieden geeft voor alle woonuitbreidingsgebieden in Vlaanderen aan of ze vanuit juridisch of planologisch oogpunt kunnen ontwikkeld worden voor woningbouw, rekening houdend met het Vlaamse beleid rond ruimtelijke ordening. De Atlas houdt rekening met de opties van de op dit moment gekende plannen (algemeen plan van aanleg (APA), bijzonder plan van Aanleg (BPA), ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP), gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS), afbakeningsprocessen stedelijke gebieden, duinendecreet, habitatrichtlijngebieden, goedgekeurde niet-vervallen verkavelingen, woningbehoeftestudies, principi?le akkoorden, enz.). Belangrijk: de Atlas vervangt de genoemde plannen niet. Deze plannen kunnen wijzigen en er kunnen plannen bijkomen. Bijgevolg is de Atlas slechts een momentopname, die regelmatig zal moeten bijgewerkt worden om zijn actualiteitswaarde te behouden. De Vlaamse overheid zal zich bij het beoordelen van dossiers baseren op de aanduidingen in de Atlas. Deze aanduidingen houden echter geen rekening met eventuele beperkingen die van toepassing kunnen zijn als gevolg van andere sectorale regelgeving, vb. bosdecreet, natuurdecreet, watertoets, veiligheidsrapportage, Milieueffectenrapportering (MER) enz. In die zin houdt de aanduiding in de Atlas slechts een voorwaardelijke beleidsmatige vrijgave van de gronden in.

knooppuntwaarde per 1ha-cel op basis van spoornetwerk en A-buslijnen - toestand 2015 (ni:ni_knptw_ha_spoorabus_2015)

Deze kaart geeft voor iedere 1ha-locatie in het Vlaamse en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan wat de totale score is voor knooppuntwaarde van het collectief vervoer, waarbij werd rekening gehouden met de knooppunten die deel uitmaken van het spoornetwerk (trein, tram, (pre)metro, sneltram, lightrail) en de A-bushaltes van De Lijn, en dit voor de bestaande knooppunten in referentiejaar 2015. Bij de berekening van de knooppuntwaarden wordt er ook gerekend met, of ten opzichte van, spoorwegstations in Walloni? die vanuit Vlaanderen of Brussel te bereiken zijn per spoor (waaronder bv. Luik of Namen), en met een selectie van spoorwegstations in het buitenland (met o.a. Paris Nord, London St-Pancras of Aachen). Eerst wordt de knooppuntwaarde van de individuele knooppunten berekend via een al dan niet gewogen aggregatie van een aantal deelindicatoren die in de gespecialiseerde literatuur omschreven staan. Nadien gebeurt de uitstraling van de knooppuntwaarde naar elke 1-ha cel in het Vlaamse en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest via afstandsvervalfuncties, die weergeven hoe de knooppuntwaarde afneemt naarmate de reistijd tot het knooppunt toeneemt. Voor meer details over de gekozen knooppunten, de gebruikte deelindicatoren en de gehanteerde methode van de functies voor het afstandsverval wordt verwezen naar het eindrapport en het syntheserapport dat je terugvindt op https://www.ruimtelijkeordening.be/NL/Diensten/Onderzoek/Studies/articleType/ArticleView/articleId/8954

Synthese knooppuntwaarde en voorzieningenniveau - toestand 2015 - mét A-buslijnen- klassering via natural breaks (ni:ni_synth_knptw_voorznv_2015)

Deze synthesekaart kwam tot stand door de kruising van de totaalkaart van de voorzieningen (toestand 2015) en die van de knooppuntwaarde (toestand 2015 – met inbegrip van A-buslijnen). De totaalkaart met het voorzieningenniveau en de totaalkaart met de knooppuntwaarde werden elk in 4 categorieën opgedeeld aan de hand van ‘natural breaks’, volgens het algoritme van Jenks. Deze twee kaarten werden vervolgens met elkaar gekruist tot één synthesekaart, die finaal dus uit 16 categorieën van gebiedstypes bestaat. Het samenvoegen van de knooppuntwaarde en het voorzieningenniveau tot één synthesekaart is ook gebeurd op basis van de ‘natural breaks’ methode, die de grote meerwaarde heeft dat ze streeft naar een minimum verlies aan informatie wanneer de oorspronkelijke data vervangen wordt door een beperkt aantal types. De synthesekaart geeft dus de totale score op basis van knooppuntwaarde en voorzieningenniveau van iedere 1ha-locatie in het Vlaamse en Brusselse Gewest in verschillende categorieën, met als referentiejaar 2015. Zo kunnen er locaties worden afgebakend die goed voorzien zijn van collectief vervoer en op het vlak van hun voorzieningenniveau (in paarstinten, kwadrant A), locaties die onder de verwachtingen scoren wat betreft hun voorzieningenniveau (in roodtinten, kwadrant B), locaties waar het aanbod aan collectief vervoer beperkt is (in blauwtinten, kwadrant C) en locaties die beperkt scoren op beide kenmerken (in geelbruintinten, kwadrant D). Voor meer details over de methode van de totstandkoming van de onderliggende bestanden en van de combinatie en classificatie, en voor een samenvattende weergave van de legende wordt verwezen naar het eindrapport en het syntheserapport dat je terugvindt op https://www.ruimtelijkeordening.be/NL/Diensten/Onderzoek/Studies/articleType/ArticleView/articleId/8954 Uit de synthese kunnen locaties worden afgeleid met een hoge ontwikkelkans op basis van hun voorzieningenniveau of knooppuntwaarde. Er kan hieruit echter niet worden afgeleid of er in de praktijk nog ontwikkelkansen bestaan. Het is namelijk mogelijk dat er geen ruimte meer beschikbaar is voor verdere ontwikkelingen van bijvoorbeeld wonen en werken, of dat de draagkracht van een gebied al overschreden is zodat een verdere verdichting niet wenselijk is. Deze dataset is louter het resultaat van een onderzoekstudie. Ondanks de hoge onderzoeksmatige waarde heeft ze dus geen enkele beleidsmatige waarde (en zeker geen juridische waarde). Het departement Omgeving hanteert deze gegevens wel als input bij het uitwerken van afwegingskaders voor het operationaliseren van een locatiebeleid voor ruimtelijke ontwikkeling, waarbij echter nog heel wat andere elementen in de afweging worden meegenomen.

Totaal voorzieningenniveau - toestand 2015 (ni:ni_tot_voorznv_2015)

Deze kaart geeft voor iedere locatie in het Vlaamse en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan wat het totale voorzieningenniveau is op een schaal van 0 tot 1, als gevolg van de berekening van de nabijheid (volgens welbepaalde parameters) van voorzieningen van de volgende 3 types: basisvoorziening, regionale voorziening, metropolitane voorziening, en dit voor referentiejaar 2015. De berekening gaat uit van de ligging van de individuele voorzieningen en vervolgens wordt uitgemaakt welke 1-ha-cellen binnen wandel- of fietsafstand gelegen zijn van de totaliteit van de voorzieningen. In verschillende stappen worden (1) de voorzieningen geaggregeerd tot een inhoudelijk-technisch verwerkbare set, (2) gewogen naargelang hun aantal in de nabije omgeving, en (3) afstandsgewogen gesommeerd. In totaal worden 50 verschillende geaggregeerde voorzieningen op kaart gezet, ingedeeld in vier klassen: onderwijs, cultuur en sport, zorg en woonondersteunende voorzieningen. De voorzieningen in Brussel werden indien mogelijk aangevuld met informatie van het Agentschap Territoriale Ontwikkeling (ATO, 2010). Voor de volledige lijst met voorzieningen en de bijhorende bronnen, en voor meer details over de gehanteerde methode van de functies voor het afstandsverval, de aggregatie en de onderlinge weging wordt verwezen naar het eindrapport en het syntheserapport dat je terugvindt op https://www.ruimtelijkeordening.be/NL/Diensten/Onderzoek/Studies/articleType/ArticleView/articleId/8954

GPBV-installaties in Vlaanderen in het kader van de Richtlijn Industri?le Emissies (RIE) - industrie (pf:pf_gpbv_ind)

De industrie speelt een belangrijke rol in onze maatschappij, daartegenover staat dat zij een grote impact heeft op het milieu. Om hierop vat te hebben zijn industri?le installaties, met potentieel een grote impact op het milieu, onderworpen aan de Europese wetgeving inzake Ge?ntegreerde Preventie en Bestrijding van Verontreiniging (GPBV) of Integrated Pollution Prevention and Control (IPPC). Deze dataset bevat de GPBV-installaties onder het toepassingsgebied van de Richtlijn Industri?le Emissies. Volgende categorie?n en types komen voor: - GPBV-installaties industrie: Energie-industrie?n; Productie en verwerken van metalen; Minerale industrie; Chemische industrie; Afvalbeheer; Pulp- en papierindustrie & de productie van houten plaatmaterialen; Textielindustrie; Leerlooierijen; Slachthuizen & voeding; Destructie of verwerking van kadavers of dierlijk afval; Oppervlaktebehandeling met behulp van organische oplosmiddelen; Fabricage van koolstof of elektrografiet door verbranding of grafitisering; Afvangen van CO2-stromen voor geologische opslag; Conservering van hout en houtproducten met behulp van chemische stoffen;Zelfstandig ge?xploiteerde behandeling van afvalwater - GPBV-installaties veeteelt: Intensieve pluimveehouderij; Intensieve varkenshouderij voor mestvarkens; Intensieve varkenshouderij voor zeugen Het is mogelijk dat een type geen installaties bevat. Dit type kan dan ook niet teruggevonden worden in de kaart.

GPBV-installaties in Vlaanderen in het kader van de Richtlijn Industri?le Emissies (RIE) - veeteelt (pf:pf_gpbv_vee)

De industrie speelt een belangrijke rol in onze maatschappij, daartegenover staat dat zij een grote impact heeft op het milieu. Om hierop vat te hebben zijn industri?le installaties, met potentieel een grote impact op het milieu, onderworpen aan de Europese wetgeving inzake Ge?ntegreerde Preventie en Bestrijding van Verontreiniging (GPBV) of Integrated Pollution Prevention and Control (IPPC). Deze dataset bevat de GPBV-installaties onder het toepassingsgebied van de Richtlijn Industri?le Emissies. Volgende categorie?n en types komen voor: - GPBV-installaties industrie: Energie-industrie?n; Productie en verwerken van metalen; Minerale industrie; Chemische industrie; Afvalbeheer; Pulp- en papierindustrie & de productie van houten plaatmaterialen; Textielindustrie; Leerlooierijen; Slachthuizen & voeding; Destructie of verwerking van kadavers of dierlijk afval; Oppervlaktebehandeling met behulp van organische oplosmiddelen; Fabricage van koolstof of elektrografiet door verbranding of grafitisering; Afvangen van CO2-stromen voor geologische opslag; Conservering van hout en houtproducten met behulp van chemische stoffen;Zelfstandig ge?xploiteerde behandeling van afvalwater - GPBV-installaties veeteelt: Intensieve pluimveehouderij; Intensieve varkenshouderij voor mestvarkens; Intensieve varkenshouderij voor zeugen Het is mogelijk dat een type geen installaties bevat. Dit type kan dan ook niet teruggevonden worden in de kaart.

Terreinen van Seveso-inrichtingen in Vlaanderen (pf:pf_seveso_ter)

Seveso-inrichtingen zijn inrichtingen met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen op hun bedrijfsterrein die vallen onder het toepassingsgebied van de Seveso-richtlijn betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen hogedrempel- en lagedrempelinrichtingen. Deze datalaag omvat de terreingrenzen van de Seveso-inrichtingen in Vlaanderen.

Aanduidingsobjecten (ps:ps_aandobj)

De aanduidingsobjecten laag van het Agentschap Onroerend Erfgoed is een verzamel laag van alle beschermde en vastgestelde erfgoed lagen. Hierin zitten erfgoed objecten waar juridische rechtsgevolgen aan gekoppeld zijn, zij het een bescherming of een vaststelling.

Beschermde archeologische sites (ps:ps_bes_arch_site)

Het beschermen van archeologische sites heeft als doel om belangrijke archeologische sites in Vlaanderen aan te duiden en te behouden voor toekomstige generaties. Deze sites zijn onvervangbare bronnen, die van onschatbare waarde zijn voor onze kennis over het menselijk verleden.

Beschermde cultuurhistorische landschappen (ps:ps_bes_land)

Een cultuurhistorisch landschap is een gebied dat weinig bebouwd is en erfgoedwaarde bezit, waardoor het van algemeen belang is. Alleen dit soort landschappen kan beschermd worden zoals voorzien in het onroerenderfgoeddecreet dat op 1 januari 2015 in werking getreden is.

Beschermde monumenten (ps:ps_bes_monument)

In deze laag vind je alle beschermde monumenten. Een beschermd monument is een onroerend goed dat van algemeen belang is vanwege zijn erfgoedwaarde. Cultuurgoederen die blijvend verbonden zijn met het monument maken altijd deel uit van de bescherming. Denk maar aan een lambrisering, een trappartij of meubelen die door de architect mee zijn ontworpen. Wanneer zulke cultuurgoederen mee zijn beschermd, staat dat voortaan uitdrukkelijk vermeld in het beschermingsbesluit. De beschermde monumenten worden geografisch afgebakend en op kadastraal plan als bijlage bij het beschermingsbesluit gevoegd. De dataset die hieruit ontstaat wordt eveneens gebruikt om na te gaan welke percelen en gebieden beschermd zijn in het kader van diverse processen.

Overgangszones bij beschermd onroerend erfgoed (ps:ps_bes_ovgzone)

Het Onroerenderfgoeddecreet voorziet sinds het nieuwe onroerenderfgoeddecreet van 01-01-2015 vier mogelijke beschermingsstatuten: een beschermd monument, een beschermd cultuurhistorisch landschap, een beschermd stads- of dorpsgezicht en een beschermde archeologische site. Binnen elk van deze statuten is het mogelijk om een overgangszone in te stellen. Zo een zone ondersteunt de erfgoedwaarde van het beschermde goed.

Beschermde stads- en dorpsgezichten (ps:ps_bes_sd_gezicht)

Een stads- of dorpsgezicht is een geheel van onroerende goederen met omgevende elementen zoals beplantingen, omheiningen, waterlopen, bruggen, wegen, straten en pleinen, dat een of meerdere erfgoedwaarden bezit. Het beschermen van een stads- of dorpsgezicht heeft als doel belangrijke erfgoedlocaties in Vlaanderen aan te duiden en te behouden voor toekomstige generaties. Een beschermenswaardig stads- of dorpsgezicht ontleent zijn betekenis aan een hoge erfgoedwaarde.

Bosreservaten (ps:ps_bosres)

Bestand met de begrenzing van de bosreservaten in Vlaanderen. De inventaris is actueel (laatste wijziging in november 2014).

Inventaris historische orgels (ps:ps_dibe_orgel)

Deze inventaris gaat deels terug op de boekenreeks ‘Het Historisch Orgel in Vlaanderen’, die tussen 1974 en 1986 verscheen. De online inventaris vult deze boeken echter verder aan met nieuw geinventariseerde orgels en met meer recente gegevens over de reeds gepubliceerde orgels. Voor het eerst zijn nu orgelrapporten beschikbaar voor de arrondissementen Diksmuide, Ieper, Veurne en Roeselare (op dit moment 6 van de 8 gemeenten). De databank bevat orgels en fiches van orgelmakers. Deze zijn te vinden op de website van de Inventaris Onroerend Erfgoed in de databank personen onder hun eigen naam, of onder de beroepen orgelmaker en orgelbouwer. Hiermee komt heel wat nieuwe informatie aan het licht voor zowel orgeldeskundige, orgelliefhebber als geschiedschrijver. Geleidelijk aan zullen ook andere regio’s worden geactualiseerd en toegevoegd.

Beschermde gebieden Duinendecreet (ps:ps_duin)

Dit bestand toont de digitale afbakeningen van beschermde gebieden die in het kader van het Duinendecreet van 14 juli 1993 (Belgisch staatsblad van 31/08/1993) werden aangeduid en bekrachtigd bij de decreet van 21 december 1994 en 29 november 1995 en recent door het Besluit van de Vlaamse regering van 19 september 2008 (Belgisch staatsblad van 29/10/2008) minimaal werden aangepast. In het decreet werden binnen de beschermde gebieden twee categorieen onderscheiden, namelijk 'voor het duingebied belangrijk landbouwgebied' en 'beschermd duingebied'. De bescherming berust op vier criteria: oppervlakte, ruimtelijk-ecologische context, biologische waarde en geomorfologie-pedologie.

Erkende natuurreservaten (ps:ps_erknres_anb)

Deze laag bevat de begrenzingen van de erkende natuurreservaten in Vlaanderen. Private personen of rechtspersonen andere dan het Vlaamse Gewest of de Staat kunnen hun terrein laten erkennen als natuurreservaat. De erkenning van natuurreservaten wordt in het Natuurdecreet aan een aantal criteria onderworpen (art. 34 - 1, art. 36). De voornaamste bepalingen rond erkenning van natuurreservaten zijn echter terug te vinden in het Besluit van de Vlaamse regering van 27 juni 2003. Het B.V.R. van 27/06/2003 omschrijft in de artikels 10, 11 en 12 de procedures voor erkenningen, uitbreidingen en hernieuwingen van de erkenning van private natuurreservaten.

Habitatrichtlijngebieden (ps:ps_hbtrl)

Dit bestand bevat de afbakeningen van de habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) zoals goedgekeurd door de Vlaamse regering op 4 mei 2001, bekrachtigd op 24 mei 2002 en gepubliceerd in het Belgisch staatsblad op 17 augustus 2002. Op 15 februari 2008 werd door de Vlaamse Regering ook de waterzone van het IJzer- en Schelde-estuarium bij de Commissie voorgesteld als bijkomende gebieden van communautair belang. Na openbaar onderzoek beslist de Vlaamse regering op 15 januari 2013 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 04 februari 2013) tot definitieve vaststelling van de afbakening van het deelgebied 11 'Boterakker' van de speciale beschermingszone BE2200037 'Uiterwaarden van de Limburgse Maas met Vijverbroek' als speciale beschermingszone in toepassing van de Habitatrichtlijn. Deze zone wordt thans aan de Europese Commissie voorgesteld als bijkomend gebied van communautair belang. De habitatrichtlijn of de Europese Richtlijn 92/43/EEG heeft tot doel de biodiversiteit in de lidstaten te behouden en streeft naar de instandhouding en het herstel van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna die hiervan deel uitmaken. De belangrijkste maatregel is de aanduiding van Speciale Beschermingszones. Dit bestand vervangt het vroeger verspreide bestand met de afbakeningen van de Habitatrichtlijngebieden en bevat aanvullende afbakeningen ten opzichte van de afbakeningen van de Habitatrichtlijngebieden op basis van het besluit van de Vlaamse regering van 24/05/2002. Deze dataset wordt op twee manieren ontsloten: -De habitatrichtlijngebieden, waarin gebieden die bestaan uit meerdere polygonen worden beschouwd als 1 element. Dit resultaat wordt bekomen door een dissolve-operatie uit te voeren op de oorspronkelijke dataset. -De habitatrichtlijndeelgebieden, waarbij er afzonderlijke polygonen zijn per deelgebied.

Habitatrichtlijndeelgebieden (ps:ps_hbtrl_deel)

Dit bestand bevat de afbakeningen van de habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) zoals goedgekeurd door de Vlaamse regering op 4 mei 2001, bekrachtigd op 24 mei 2002 en gepubliceerd in het Belgisch staatsblad op 17 augustus 2002. Op 15 februari 2008 werd door de Vlaamse Regering ook de waterzone van het IJzer- en Schelde-estuarium bij de Commissie voorgesteld als bijkomende gebieden van communautair belang. Na openbaar onderzoek beslist de Vlaamse regering op 15 januari 2013 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 04 februari 2013) tot definitieve vaststelling van de afbakening van het deelgebied 11 'Boterakker' van de speciale beschermingszone BE2200037 'Uiterwaarden van de Limburgse Maas met Vijverbroek' als speciale beschermingszone in toepassing van de Habitatrichtlijn. Deze zone wordt thans aan de Europese Commissie voorgesteld als bijkomend gebied van communautair belang. De habitatrichtlijn of de Europese Richtlijn 92/43/EEG heeft tot doel de biodiversiteit in de lidstaten te behouden en streeft naar de instandhouding en het herstel van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna die hiervan deel uitmaken. De belangrijkste maatregel is de aanduiding van Speciale Beschermingszones. Dit bestand vervangt het vroeger verspreide bestand met de afbakeningen van de Habitatrichtlijngebieden en bevat aanvullende afbakeningen ten opzichte van de afbakeningen van de Habitatrichtlijngebieden op basis van het besluit van de Vlaamse regering van 24/05/2002. Deze dataset wordt op twee manieren ontsloten: -De habitatrichtlijngebieden, waarin gebieden die bestaan uit meerdere polygonen worden beschouwd als 1 element. Dit resultaat wordt bekomen door een dissolve-operatie uit te voeren op de oorspronkelijke dataset. -De habitatrichtlijndeelgebieden, waarbij er afzonderlijke polygonen zijn per deelgebied.

historisch permanente graslanden(HPG) en andere permanente graslanden in Vlaanderen beschermd door de natuurwetgeving (ps:ps_hpg_bsch_grsl)

De Gis-laag bevat alle historisch permanente graslanden(HPG) en alle permanente graslanden in Vlaanderen die beschermd zijn door de natuurwetgeving, zij het door een verbod , zij het door vergunningsplicht voor het wijzigen van deze graslanden (art. 7 en 8 van het BVR van 23/07/1998 voor de historisch permanente graslanden, artikel 25?3 ten 2e van het Natuurdecreet en artikel 6 van het maatregelenbesluit voor de permanente graslanden gelegen in VEN) Binnen de landbouwstreek de polder werden de historisch permanente graslanden vastgelegd door de VR op 27/11/2015. Buiten de landbouwstreek de polder heeft de VR de HPG niet juridisch verankerd op kaart, zodat het hier louter om een informatieve kaart gaat. Buiten de landbouwstreek de Polder werd de biologische waarderingskaart gebruikt als basis voor de aanduiding van de graslanden, gecorrigeerd met de teeltplannen van de verzamelaanvraag landbouw voor de periode 2011-2016. De HPG waarvoor een verbod geldt voor het wijzigen van het grasland zijn aangeduid in het rood, deze waarvoor vergunningsplicht geldt zijn aangeduid in oranje kleur. De graslanden die eveneens onder de ecologisch kwetsbaar blijvende graslanden (EKBG) regelgeving van landbouw vallen worden aangeduid met een rode arcering in volle lijn (bescherming zowel onder natuurwetgeving als landbouwwetgeving) en rode arcering stippellijn (graslanden enkel beschermd door de landbouwwetgeving) Het veld ?status? geeft de juridische basis weer waarop de bescherming berust van de HPG en de permanente graslanden, de BWK codes en de liggingen in gewestplanbestemmingen en overdrukken (habitatrichtlijn, vogelrichtlijn, beschermd landschap, VEN). ? Rood: bescherming enkel gebaseerd op de natuurwetgeving (HPG door artikel 7 BVR van 23/07/1998, permanente graslanden door het artikel 25 natuurdecreet en artikel 6 van het maatregelenbesluit): verboden te wijzigen, zowel mechanisch, chemisch als door afbranden, evenals verbod op wijzigen reli?f) ? Oranje: bescherming enkel gebaseerd op de natuurwetgeving (artikel 8 BVR van 23/07/1998): natuurvergunningsplicht voor het wijzigen, zowel mechanisch, chemisch als door afbranden evenals voor het wijzigen van het reli?f.) ? Rode arcering in volle lijn: zowel beschermd door de natuurwetgeving als door de landbouwwetgeving: wijziging verboden , zowel mechanisch, chemisch als door afbranden evenals voor het wijzigen van het reli?f. ? Rode arcering in stippellijn: beschermd door de landbouwwetgeving: wijziging verboden zowel voor het mechanisch wijzigen als het wijzigen van het reli?f.

Poldergraslanden (ps:ps_pldgrsl)

De GIS-laag bevat de historisch permanente graslanden (HPG) in de landbouwstreek Polders, inclusief hun beschermingsstatuut, zoals goedgekeurd door de VR op 27/11/2015. Een deel van deze HPG is beschermd onder de natuurwetgeving (art. 7 en 8 van het BVR van 23/07/1998). De overige HPG zijn beschermd onder de landbouwwetgeving. De HPG die beschermd zijn onder de natuurwetgeving zijn eveneens beschermd onder de landbouwwetgeving. Het veld ?status? geeft het beschermingsstatuut van de HPG aan. De HPG die onder de natuurwetgeving vallen zijn ofwel verboden te wijzigen (?verbod?) ofwel vergunningsplichtig (?vergunning?). De HPG die niet onder de natuurwetgeving vallen werden gebruikt als basis voor het aanduiden van het ecologisch kwetsbaar blijvend grasland (EKBG) onder de landbouwperceelsregistratie. Deze HPG zijn dus beschermd onder landbouwwetgeving. De HPG die onder de natuurwetgeving vallen werden eveneens als basis gebruikt voor het aanduiden van EKBG. Volgende codes komen voor in het veld status: - ?verbod + EKBG?: HPG verboden te wijzigen onder natuurwetgeving en als basis gebruikt voor aanduiding EKBG - ?vergunning + EKBG?: HPG vergunningsplicht voor het wijzigen onder natuurwetgeving en als basis gebruikt voor aanduiding EKBG - ?EKBG?: HPG niet beschermd onder natuurwetgeving, als basis gebruikt voor aanduiden EKBG

Afbakening landbouwstreek Polders (ps:ps_polders)

Deze GIS-laag bevat de perimeter van het studiegebied dat afgebakend werd om de Historisch permanente graslanden (Poldergraslanden) af te bakenen, het is tevens de perimeter waarbinnen het besluit van de Vlaamse regering van 27/11/2015 geldig is.

Ramsar-gebieden (ps:ps_ramsar)

Dit bestand toont de internationaal belangrijke waterrijke gebieden die bij het Koninklijk Besluit van 27/09/1984 werden aangeduid en erkend als Ramsar-gebied conform de Ramsar-Conventie dat in 1971 in Ramsar (Iran) werd opgesteld en in 1975 van kracht ging en door de Vlaamse Executieve op 27/05/1987 werden gewijzigd. Het selecteren en aanduiden van een Ramsar-gebied berust op de aanwezigheid van watervogels, biodiversiteit en vispopulaties.

Unesco werelderfgoed - buffers (ps:ps_unesco_buffer)

In 1996 ratificeerde België de UNESCO Werelderfgoedconventie van 1972. De conventie heeft tot doel het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld te beschermen. Erfgoed dat blijkt geeft van Uitzonderlijke Universele Waarde wordt conform de conventie opgenomen op de Werelderfgoedlijst. Vlaanderen beschikt over vier erkenningen, met name de Vlaamse begijnhoven (1998), de Belforten van België en Frankrijk (1999/2005), de historische binnenstad van Brugge (2000) en het museum-prentenkabinet Plantin-Moretus (2005). De begijnhoven en de belforten zijn seriële nominaties en bestaan dus uit meerdere componenten. In totaal prijken 40 Vlaamse onroerende goederen en 1 stad op de Werelderfgoedlijst. Alle lidstaten die de conventie ratificeerden, engageren zich ertoe dit erfgoed in stand te houden. Niet alleen binnen de afbakening van de werelderfgoedsite zelf, maar ook binnen de bufferzone kunnen de lidstaten daartoe gepaste (beheers)maatregelen nemen (of inperken). De bufferzone doet dienst als bescherming voor de werelderfgoedsite tegen externe bedreigingen. Het is een gebied dat de erkende werelderfgoedsite omringt of er bij aansluit en kan bestaan uit de onmiddellijke omgeving, belangrijke zichten op de site en andere gebieden die van belang zijn voor de ondersteuning en bescherming van de site. (Operational Guidelines bij de Werelderfgoedconventie, 2013, § 103-107).

Unesco werelderfgoed - kernen (ps:ps_unesco_kern)

In 1996 ratificeerde België de UNESCO Werelderfgoedconventie van 1972. De conventie heeft tot doel het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld te beschermen. Erfgoed dat blijkt geeft van Uitzonderlijke Universele Waarde wordt conform de conventie opgenomen op de Werelderfgoedlijst. Vlaanderen beschikt over vier erkenningen, met name de Vlaamse begijnhoven (1998), de Belforten van België en Frankrijk (1999/2005), de historische binnenstad van Brugge (2000) en het museum-prentenkabinet Plantin-Moretus (2005). De begijnhoven en de belforten zijn seriële nominaties en bestaan dus uit meerdere componenten. In totaal prijken 40 Vlaamse onroerende goederen en 1 stad op de Werelderfgoedlijst. Alle lidstaten die de conventie ratificeerden, engageren zich ertoe dit erfgoed in stand te houden. Niet alleen binnen de afbakening van de werelderfgoedsite zelf, maar ook binnen de bufferzone kunnen de lidstaten daartoe gepaste (beheers)maatregelen nemen (of inperken). De bufferzone doet dienst als bescherming voor de werelderfgoedsite tegen externe bedreigingen. Het is een gebied dat de erkende werelderfgoedsite omringt of er bij aansluit en kan bestaan uit de onmiddellijke omgeving, belangrijke zichten op de site en andere gebieden die van belang zijn voor de ondersteuning en bescherming van de site. (Operational Guidelines bij de Werelderfgoedconventie, 2013, § 103-107).

Uitbreidingszones van de erkende en Vlaamse natuurreservaten (ps:ps_uznres_anb)

Het Decreet natuurbehoud bepaalt dat het Vlaamse Gewest recht van voorkoop heeft bij verkoop van onroerende goederen in bepaalde gebieden. Deze dataset bakent één van deze gebieden af m.n. de uitbreidingszones van de natuurreservaten, gelegen binnen de groen- en bosgebieden, de bosuitbreidingsgebieden en de met al deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden aangewezen op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, of het VEN. Het digitaal bestand is geen juridisch document.

Vastgestelde archeologische zones (ps:ps_vast_az)

De vastgestelde inventaris van archeologische zones brengt in kaart in welke gebieden archeologische resten of sporen in de grond zitten. Bij de selectie van zones spelen twee elementen een belangrijke rol: er moet een goede aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van archeologisch erfgoed en er moet een goede aanwijzing zijn dat dit erfgoed nog voldoende goed bewaard is om archeologische waarde te hebben. Bij vastgestelde archeologische zones zijn deze twee belangrijke elementen bevestigd.

Vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed: gehelen (ps:ps_vast_dibe_geheel)

De Vlaamse Overheid beschikt over verschillende instrumenten om het behoud van onroerend erfgoed te verzekeren. Eén van de instrumenten dat kan worden ingezet, is de vaststelling van een inventaris. Hiermee bevestigt de minister bevoegd voor het onroerend erfgoed dat alle erfgoeditems op deze vastgestelde lijst erfgoedwaarde(n) bezitten en nog altijd bewaard zijn. Erfgoedobjecten die waardevol zijn, maar niet beschermd, krijgen hierdoor toch een aantal - minder ingrijpende - algemene en specifieke rechtsgevolgen. De vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed: gehelen is één van de in totaal zes vastgestelde inventarissen, gebaseerd op de wetenschappelijke inventarissen.

Vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed: relicten (ps:ps_vast_dibe_relict)

De Vlaamse Overheid beschikt over verschillende instrumenten om het behoud van onroerend erfgoed te verzekeren. Eén van de instrumenten dat kan worden ingezet, is de vaststelling van een inventaris. Hiermee bevestigt de minister bevoegd voor het onroerend erfgoed dat alle erfgoeditems op deze vastgestelde lijst erfgoedwaarde(n) bezitten en nog altijd bewaard zijn. Erfgoedobjecten die waardevol zijn, maar niet beschermd, krijgen hierdoor toch een aantal - minder ingrijpende - algemene en specifieke rechtsgevolgen. De vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed: relicten is één van de in totaal zes vastgestelde inventarissen, gebaseerd op de wetenschappelijke inventarissen.

Vastgestelde inventaris van houtige beplanting met erfgoedwaarde (ps:ps_vast_hbe)

De Vlaamse Overheid beschikt over verschillende instrumenten om het behoud van onroerend erfgoed te verzekeren. Eén van de instrumenten dat kan worden ingezet, is de vaststelling van een inventaris. Hiermee bevestigt de minister bevoegd voor het onroerend erfgoed dat alle erfgoeditems op deze vastgestelde lijst erfgoedwaarde(n) bezitten en nog altijd bewaard zijn. Erfgoedobjecten die waardevol zijn, maar niet beschermd, krijgen hierdoor toch een aantal - minder ingrijpende - algemene en specifieke rechtsgevolgen. De vastgestelde inventaris houtige beplantingen met erfgoedwaarde is één van de in totaal zes vastgestelde inventarissen, gebaseerd op de wetenschappelijke inventarissen.

Vastgestelde inventaris van historische tuinen en parken (ps:ps_vast_htp)

De Vlaamse Overheid beschikt over verschillende instrumenten om het behoud van onroerend erfgoed te verzekeren. Eén van de instrumenten dat kan worden ingezet, is de vaststelling van een inventaris. Hiermee bevestigt de minister bevoegd voor het onroerend erfgoed dat alle erfgoeditems op deze vastgestelde lijst erfgoedwaarde(n) bezitten en nog altijd bewaard zijn. Erfgoedobjecten die waardevol zijn, maar niet beschermd, krijgen hierdoor toch een aantal - minder ingrijpende - algemene en specifieke rechtsgevolgen. De vastgestelde inventaris historische tuinen en parken is één van de in totaal zes vastgestelde inventarissen, gebaseerd op de wetenschappelijke inventarissen.

Vastgestelde landschapsatlasrelicten (ps:ps_vast_la_rel)

Vanaf 15 oktober 2015 kan je de voordien ‘Aangeduide ankerplaatsen’ van de landschapsatlas terug vinden als vastgestelde landschapsatlasrelicten in de Vastgestelde landschapatlas. Deze werden gelijkgesteld met de andere vastgestelde landschapsatlasrelicten en onroerenderfgoedrichtplannen. In deze vastgestelde inventaris moet je je houden aan de rechtsgevolgen van het Onroerenderfgoeddecreet. Meer bepaald ben je gebonden aan de informatieplicht.

VEN en IVON gebieden (ps:ps_ven)

Het product is de integratie van enerzijds de gebieden van het VEN die opgenomen waren in de beslissing van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 en anderzijds de gebieden van het VEN en de natuurverwevingsgebieden die afgebakend zijn in de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen. Het bestand is geschikt voor gebruik op middenschalig niveau, maximale schaal 1/25.000. Het bestand heeft geen juridische waarde. Het bestand wordt drie- tot zesmaandelijks geactualiseerd aan de nieuwe gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen.

Vogelrichtlijngebieden (ps:ps_vglrl)

Dit bestand bevat de afbakeningen van de vogelrichtlijngebieden (SBZ-V) zoals goedgekeurd door de Vlaamse regering op 17 oktober 1988, 20 september 1996, 23 juni 1998, 17 juli 2000 en 22 juli 2005. De vogelrichtlijn of de Europese Richtlijn 2009/147/EG heeft tot doel de instandhouding van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de lidstaten te bevorderen. De belangrijkste maatregel is de aanduiding van Speciale Beschermingszones. In deze gebieden dienen maatregelen getroffen te worden voor de bescherming van de vogelsoorten en van hun leefgebieden. De aanduiding of afbakening van de gebieden is gebeurd op het terrein op analoge kaarten. De digitalisering is gebeurd op het scherm met behulp van middenschalig kaartmateriaal op schaal 1/25.000 of op 1/50.000.

Vlaamse Natuurreservaten (ps:ps_vlnres)

Bestand met begrenzing van de aangewezen Vlaamse natuurreservaten (eigendom van het Vlaams Gewest). De inventaris is actueel (laatste wijziging in juli 2010).

Inventaris van het Wereldoorlogerfgoed (lu:ps_woi_relict)

'Van 2002 tot en met 2005 werd een inventaris gemaakt van de

Inventaris van het Wereldoorlogerfgoed (ps:ps_woi_relict)

De inventaris bevat in de eerste plaats de nog aanwezige relicten van de Eerste Wereldoorlog langsheen de frontlijn en in het niet-bezette gebied van West-Vlaanderen. Omdat bepaalde sites of relicten in de Tweede Wereldoorlog opnieuw werden gebruikt, zijn ook die erin te vinden. Ook monumenten, begraafplaatsen en graven werden opgenomen – ongeacht wanneer ze tot stand kwamen: tijdens of (lang) na de Eerste wereldoorlog.

OVAM-bodemdossierinformatie (so:so_bodsan)

De GIS-laag OVAM-bodemdossierinformatie toont de ligging van de bodemdossiers waarvoor bij OVAM informatie gekend is. Het gebied van een dossier omvat alle gronden die opgenomen zijn in één of meerdere opdrachten gekoppeld aan het dossier. Per dossier wordt weergegeven: - welk dossier het betreft weergegeven door het dossiernummer zoals gekend binnen OVAM; - welke type conform verklaarde opdrachten uitgevoerd zijn in het kader van het bodemdecreet. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de 4 hoofdcategoriën van opdrachten waarvoor conforme opdrachtinformatie beschikbaar is, nl oriënterende bodemonderzoeken, beschrijvende bodemonderzoeken, bodemsaneringsprojecten en eindverklaring na uitvoering van bodemsaneringswerken.

OVAM-bodemdossierinformatie: beschrijvende bodemonderzoeken (so:so_bodsan_bbo)

De GIS-laag OVAM-bodemdossierinformatie toont de ligging van de bodemdossiers waarvoor bij OVAM informatie gekend is. Het gebied van een dossier omvat alle gronden die opgenomen zijn in één of meerdere opdrachten gekoppeld aan het dossier. Per dossier wordt weergegeven: - welk dossier het betreft weergegeven door het dossiernummer zoals gekend binnen OVAM; - welke type conform verklaarde opdrachten uitgevoerd zijn in het kader van het bodemdecreet. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de 4 hoofdcategoriën van opdrachten waarvoor conforme opdrachtinformatie beschikbaar is, nl oriënterende bodemonderzoeken, beschrijvende bodemonderzoeken, bodemsaneringsprojecten en eindverklaring na uitvoering van bodemsaneringswerken.

OVAM-bodemdossierinformatie - bodemsaneringsprojecten (so:so_bodsan_bsp)

De GIS-laag OVAM-bodemdossierinformatie toont de ligging van de bodemdossiers waarvoor bij OVAM informatie gekend is. Het gebied van een dossier omvat alle gronden die opgenomen zijn in één of meerdere opdrachten gekoppeld aan het dossier. Per dossier wordt weergegeven: - welk dossier het betreft weergegeven door het dossiernummer zoals gekend binnen OVAM; - welke type conform verklaarde opdrachten uitgevoerd zijn in het kader van het bodemdecreet. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de 4 hoofdcategoriën van opdrachten waarvoor conforme opdrachtinformatie beschikbaar is, nl oriënterende bodemonderzoeken, beschrijvende bodemonderzoeken, bodemsaneringsprojecten en eindverklaring na uitvoering van bodemsaneringswerken.

OVAM-bodemdossierinformatie: eindeverklaring bodemsaneringswerken (so:so_bodsan_eeo)

De GIS-laag OVAM-bodemdossierinformatie toont de ligging van de bodemdossiers waarvoor bij OVAM informatie gekend is. Het gebied van een dossier omvat alle gronden die opgenomen zijn in één of meerdere opdrachten gekoppeld aan het dossier. Per dossier wordt weergegeven: - welk dossier het betreft weergegeven door het dossiernummer zoals gekend binnen OVAM; - welke type conform verklaarde opdrachten uitgevoerd zijn in het kader van het bodemdecreet. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de 4 hoofdcategoriën van opdrachten waarvoor conforme opdrachtinformatie beschikbaar is, nl oriënterende bodemonderzoeken, beschrijvende bodemonderzoeken, bodemsaneringsprojecten en eindverklaring na uitvoering van bodemsaneringswerken.

OVAM-bodemdossierinformatie: orienterende bodemonderzoeken (so:so_bodsan_obo)

De GIS-laag OVAM-bodemdossierinformatie toont de ligging van de bodemdossiers waarvoor bij OVAM informatie gekend is. Het gebied van een dossier omvat alle gronden die opgenomen zijn in één of meerdere opdrachten gekoppeld aan het dossier. Per dossier wordt weergegeven: - welk dossier het betreft weergegeven door het dossiernummer zoals gekend binnen OVAM; - welke type conform verklaarde opdrachten uitgevoerd zijn in het kader van het bodemdecreet. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de 4 hoofdcategoriën van opdrachten waarvoor conforme opdrachtinformatie beschikbaar is, nl oriënterende bodemonderzoeken, beschrijvende bodemonderzoeken, bodemsaneringsprojecten en eindverklaring na uitvoering van bodemsaneringswerken.

Stand van zaken betreffende meldingen en schadegevallen betreffende bodemverontreinigingen (so:so_bodver)

De GIS-laag Meldingen en schadegevallen van bodemverontreiniging bakent de gebieden af waarin door een onvoorziene gebeurtenis de bodem verontreinigd is en duidt aan welke acties ondernomen zijn zoals voorzien in het bodemdecreet.

Meldingen of vaststellingen van schadegevallen met bodemverontreinigingen (so:so_bodver_calam)

De GIS-laag Meldingen en schadegevallen van bodemverontreiniging bakent de gebieden af waarin door een onvoorziene gebeurtenis de bodem verontreinigd is en duidt aan welke acties ondernomen zijn zoals voorzien in het bodemdecreet. Deze laag is een subset van de laag. Enkel de meldingen of vaststellingen van schadegevallen met bodemverontreinigingen worden weergegeven

Evaluatierapporten van schadegevallen betreffende bodemverontreinigingen (so:so_bodver_eval)

De GIS-laag Meldingen en schadegevallen van bodemverontreiniging bakent de gebieden af waarin door een onvoorziene gebeurtenis de bodem verontreinigd is en duidt aan welke acties ondernomen zijn zoals voorzien in het bodemdecreet.

Meldingen van bodemverontreinigingen (so:so_bodver_meld)

De GIS-laag Meldingen en schadegevallen van bodemverontreiniging bakent de gebieden af waarin door een onvoorziene gebeurtenis de bodem verontreinigd is en duidt aan welke acties ondernomen zijn zoals voorzien in het bodemdecreet.

Afschermende constructies langs de genummerde wegen in beheer van AWV (tn:tn_afsconstr_awv)

Lintvormige constructie voor geleiding en beveiliging van het verkeer en voor afscherming van hindernissen. Men onderscheidt de vangrail, zijnde een beveiligingsconstructie die uit een op steunen bevestigde ligger bestaat ; en een veiligheidsstootband, zijnde een beveiligingsconstructie die over haar gehele lengte op de bodem rust. De afschermende constructies worden weergegeven door lineaire weergave langs de as van de genummerde weg en is niet de eigenlijke geometrie.

Deel van de genummerde weg die bebouwde kom is (tn:tn_bebkom_awv)

Een gebied met bebouwing en waarvan de invalswegen aangeduid zijn met de verkeersboden F1, en de uitvalswegen met de verkeersborden F3 (KB 1/12/75, Art. 2.11). De bebouwde kommen worden weergegeven door lineaire lijnevents.

De beheersegmenten van de genummerde wegen (tn:tn_behseg_awv)

De beheersegmenten geven aan wie de beheerder is van een segment van de genummerde wegen, gewestwegen en/of autosnelwegen. De beheersegmenten worden weergegeven als een lijnlocatie t.o.v. de as van de genummerde weg, die respresenteert welke wegen in beheer zijn van welke overheidsinstantie.

Inventaris van de bomen langs de genummerde wegen (tn:tn_bomen_awv)

Bomen zijn submeternauwkeurige puntlocaties die elke geinventariseerde boom langs de genummerde wegen weergeeft. De geummerde wegen zijn in het beheer van het Agentschap Wegen en Verkeer. De bomen kunnen zowel alleenstaande bomen zijn als boomrijen. Een boomrij kan een opgaande bomenrij zijn, dit een beplanting in lijn van opgaande bomen, van ongeveer gelijke leeftijd, op een regelmatige plantafstand afhankelijk van de groeiwijze van de boomsoort en het beoogde eindbeeld. Of een vormbomenrij: Beplanting in lijn van vormbomen, van ongeveer gelijke leeftijd, op een regelmatige plantafstand, afhankelijk het beoogde eindbeeld. Naar gelang het type van vormboom (knotboom, leiboom, kandelaber, geschoren boom) en het beoogde eindbeeld wordt het beheer periodiek uitgevoerd. Bij alleenstaande bomen worden als opgaande bomen onderscheiden hoogstammige, laagstammige en meerstammige bomen. Alleenstaande vormbomen zijn: knotbomen, leibomen, kandelabers en geschoren bomen.

Fietspaden langs de genummerde wegen in beheer van AWV (tn:tn_ftspad_awv)

Fietspaden langs de genummerde wegen in beheer van Agentschap Wegen en Verkeer, geïnventariseerd als (deel van) een genummerde weg dat beschikt over een fietspad. De geometrie van het eigenlijke fietspad is niet opgenomen. Definitie fietspaden = Deel van de openbare weg dat voor het verkeer van fietsers en tweewielige bromfietsers klasse A is voorbehouden door de verkeersborden D7, D9 of door overlangse wegmarkeringen die een fietspad aanduiden en de openbare weg afbakenen door twee evenwijdige witte onderbroken strepen en dat niet breed genoeg is voor het autoverkeer. Het fietspad maakt geen deel uit van de rijbaan (http://wegcode.be/wetteksten/secties/kb/wegcode/109-art9).

Deel van de genummerde weg, waarop een fietssuggestiestrook aangeduid is. (tn:tn_ftssugstr_awv)

Fietssuggestiestrook is juridisch niet opgenomen in het verkeersreglement. Een fietssuggestiestrook maakt deel uit van de rijbaan. Het is een fysieke strook op de rijbaan, visueel aangeduid door afwijkende kleur en/of materiaal. Juridisch is dit geen exclusief fietspad maar een vorm van menging waarbij de hele rijbaan inclusief suggestiestroken, door alle weggebruikers mag gebruikt worden. Ze worden meestal gebruikt op plaatsen waar geen ruimte is voor een echt fietspad, of bij de overgang van fietspad naar gemengd verkeer. De fietssuggestiestroken worden geinventariseerd als (deel van) een genummerde weg dat beschikt over een fietssuggestiestrook. De geometrie van de eigenlijke fietssuggestiestrook is niet opgenomen.

Geluidswerende constructies langs de genummerde wegen in beheer van AWV (tn:tn_glwconstr_awv)

Relatieve lineaire locatie langs de genummerde weg, waar geluidswerende constructies voorkomen en die kunnen overlappen. Een geluidswerende constructie is een verzamelterm voor alle constructies die het geluid weren, zoals daar zijn geluidsschermen, gronddammen en akoestisch absorberende panelen op tunnel- of sleufwanden.

Deel van de genummerde wegen waarlangs een langsgracht loopt voor de afwatering (tn:tn_gracht_awv)

Langsgrachten zijn een weergave langs de genummerde wegen. Met andere woorden de datalaag geeft aan langs welk (deel van) de genummerde weg langsgrachten gelegen zijn.

Km en hm referentiepunten (tn:tn_refpt_awv)

Posities van de km en hm referentiepunten langs de Vlaamse autosnelwegen en gewestwegen met de bijbehorende kilometer-/ hectometeraanduidingen

Snelheidsregimes langs de genummerde wegen in beheer van AWV (tn:tn_snelhrg_awv)

Snelheidsregimes zijn delen van een genummerde weg met een uniforme maximale snelheid. De snelheidsregimes zijn lineaire weergaves van een (deel van) de wegen met aanduiding van een uniforme maximum snelheid.

Straatkolken langs de genummerde wegen. (tn:tn_strkolk_awv)

Een straatkolk is het bakvormig constructieonderdeel onder de waterslikker waarop het verbindingsriool naar de rioolleiding is aangesloten.Straatkolken zijn submeternauwkeurige puntlocaties, langs de genummerde wegen, meer bepaald de gewest- en autosnelwegen.

Verkenmerken op kunstwerken (tn:tn_vkmkw)

In deze laag worden de locaties van de verkenmerken op kunstwerken weergegeven. Eveneens wordt er een indicatie gegeven van het type verkenmerk.

Zendantennes (us:us_zndant)

De locaties van gsm-antennes, antennes van de spoorwegen, radioantennes en tv antennes worden op een kaart (kadaster) aangeduid. Bij elke antenne-locatie kan je ook het conformiteitsattest en technisch dossier raadplegen. De kaart wordt continu geactualiseerd en wordt onderhouden door de AF. Radars van Defensie en antennes van radioamateurs vind je niet op de kaart. Ook antennes waarvoor geen attest nodig is omwille van bv. een laag zendvermogen, vind je niet op de kaart.

There are currently no notifications for the service, click the feed icon to subscribe.