Vlaamse Overheid - Databank Ondergrond…

INSPIRE Downloaddienst Databank Ondergrond Vlaanderen

Service health Now:
Interface
Web Service, OGC Web Feature Service 2.0.0
Keywords
WFS, WMS, GEOSERVER
Fees
NONE
Access constraints
NONE
Supported languages
No INSPIRE Extended Capabilities (including service language support) given. See INSPIRE Technical Guidance - View Services for more information.
Data provider

Vlaamse Overheid - Databank Ondergrond Vlaanderen (DOV) (unverified)

Contact information:

ir. Marleen Van Damme

Vlaamse Overheid - Databank Ondergrond Vlaanderen (DOV)

9052 Zwijnaarde, Belgium

Email: 

Service metadata
No INSPIRE Extended Capabilities (including service metadata) given. See INSPIRE Technical Guidance - View Services for more information.

Ads by Google

INSPIRE compliant downloaddienst voor de kaartlagen m.b.t. bodem en ondergrond in Vlaanderen.

Available map layers (73)

Actie- en waakgebieden 0600 - 0800 (gw_beleid:waak_actie_0600_0800)

De actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid, zoals vastgesteld in de herstelprogrammas van het Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem en Ieperiaan aquifer (Grondwaterlichamen CVS_0600_GWL_2, CVS_0800_GWL_2 en BLKS_0600_GWL_2s) voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Centraal Vlaams Systeem en het Brulandkrijtsysteem (2016-2021)

Heffingsgebieden voor winningen, gelegen in het Ledo-Paniseliaan Brusseliaan aquifersysteem (code 0600) (heffingsjaar 2018-2023) (gw_beleid:hgb_2018_0600)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan voor een specifieke laag (HCOV hoofdeenheid) lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden, naargelang de gebiedspecifieke grondwaterproblematiek, bv. voor de vastgestelde actiegebieden voor grondwater. De gebiedsfactoren gelden voor de heffingsjaren 2018 t.e.m. 2023.

Heffingsgebieden voor winningen, gelegen in het Ieperiaan aquifer (code 0800) (heffingsjaar 2018-2023) (gw_beleid:hgb_2018_0800)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan voor een specifieke laag (HCOV hoofdeenheid) lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden, naargelang de gebiedspecifieke grondwaterproblematiek, bv. voor de vastgestelde actiegebieden voor grondwater. De gebiedsfactoren gelden voor de heffingsjaren 2018 t.e.m. 2023.

Heffingsgebieden voor winningen, gelegen in de Sokkel (code 1300) en het Krijt aquifersysteem (code 1100) (heffingsjaar 2009-2017) (gw_beleid:hgb_2009_1300_1100)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan een laag lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden.

BEVLS_A0600_1 - Ledo Paniseliaan Brusseliaan zuid, niet-afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a0600_1)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A0600_1 - Ledo Paniseliaan Brusseliaan zuid, niet-afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem A0600 en van de daarboven liggende Quartaire Aquifersystemen A0100 niet behorend tot bovenliggende grondwaterlichamen, en eilanden van het Kempens Aquifersysteem A0200 en het Oligoceen Aquifersysteem A0400. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

Actie- en waakgebieden 0400 (gw_beleid:waak_actie_2022_0400)

De actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid, zoals vastgesteld in de herstelprogrammas van het Oligoceen Aquifersysteem (Grondwaterlichamen CVS_0400_GWL_1 en BLKS_0400_GWL_2s) voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Centraal Vlaams Systeem en het Brulandkrijtsysteem (2022-2027)

Actie- en waakgebieden 0600 (gw_beleid:waak_actie_2022_0600)

De actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid, zoals vastgesteld in de herstelprogrammas van het Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem en Ieperiaan aquifer (Grondwaterlichamen CVS_0600_GWL_2 en BLKS_0600_GWL_2s) voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Centraal Vlaams Systeem en het Brulandkrijtsysteem (2022-2027)

BEVLS_A0600_2 - Ledo Paniseliaan Brusseliaan centraal, afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a0600_2)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A0600_2 - Ledo Paniseliaan Brusseliaan centraal, afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem A0600. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

BEVLS_A1300_1 - Kolenkalk, afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a1300_1)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A1300_1 - Kolenkalk, afgesloten. Inhoud: afzettingen van de Sokkel A1300 en bovenliggend Krijt Aquifersysteem A1100 liggend in het gebied van de Kolenkalk A1320. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

BEVLS_A1300_2 - Voedingsgebied Sokkel, afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a1300_2)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A1300_2 - Voedingsgebied Sokkel, afgesloten. Inhoud: ondiep gelegen paketten van de Sokkel A1300, bovenliggende afzettingen van het Krijt Aquifersysteem A1100 en afzettingen van de Quartaire Aquifersystemen A0100 die nog niet aan andere grondwaterlichamen zijn toegekend. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

BEVLS_A1300_3 - Sokkel en Krijt west, afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a1300_3)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A1300_3 - Sokkel en Krijt west, afgesloten. Inhoud: afzettingen van de Sokkel A1300 en bovenliggend Krijt Aquifersysteem A1100. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

Heffingsgebieden voor winningen, gelegen in de Boom aquitard (code 0300), de Bartoon aquitard (code 0500), de Paniseliaan aquitard (0700) en het Ieperiaan aquitardssysteem (code 0900) (heffingsjaar 2018-2023) (gw_beleid:hgb_2018_aquitards)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan voor een specifieke laag (HCOV hoofdeenheid) lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden, naargelang de gebiedspecifieke grondwaterproblematiek, bv. voor de vastgestelde actiegebieden voor grondwater. De gebiedsfactoren gelden voor de heffingsjaren 2018 t.e.m. 2023

Heffingsgebieden voor winningen, gelegen in het Kempens aquifersysteem (code 0200) (heffingsjaar 2018-2023) (gw_beleid:hgb_2018_0200)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan voor een specifieke laag (HCOV hoofdeenheid) lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden, naargelang de gebiedspecifieke grondwaterproblematiek, bv. voor de vastgestelde actiegebieden voor grondwater. De gebiedsfactoren gelden voor de heffingsjaren 2018 t.e.m. 2023

Heffingsgebieden voor winningen, gelegen in het Oligoceen aquifersysteem (code 0400) (heffingsjaar 2018-2023) (gw_beleid:hgb_2018_0400)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan voor een specifieke laag (HCOV hoofdeenheid) lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden, naargelang de gebiedspecifieke grondwaterproblematiek, bv. voor de vastgestelde actiegebieden voor grondwater. De gebiedsfactoren gelden voor de heffingsjaren 2018 t.e.m. 2023.

BEVLS_A0400_2 - Oligoceen Schelde centraal, afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a0400_2)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A0400_2 - Oligoceen Schelde centraal, afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Oligoceen Aquifersysteem A0400. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

Het Brulandkrijtsysteem (BLKS) (2009-2027) (gw_beleid:gws_brulandkrijt)

Op basis van de regionale grondwaterstroming worden verschillende opeenvolgende HCOV's afgebakend die als één geheel worden beschouwd: de grondwatersystemen. De grenzen zijn gebaseerd op de fysische kenmerken van de grondwaterreservoirs (naast enkele gewest- en landsgrenzen). De systemen worden begrensd door duidelijke barrières voor de grondwaterstroming zoals dikke kleilagen, geologische begrenzing, sterk drainerende rivieren, verziltingsgrenzen, ... Er zijn zes grondwatersystemen: - het Kust- en Poldersysteem - het Centraal Vlaams Systeem - het Sokkelsysteem - het Maassysteem - het Centraal Kempisch Systeem - het Brulandkrijtssyteem

Heffingsgebieden voor winningen, gelegen in de Boom aquitard (code 0300), de Bartoon aquitard (code 0500), de Paniseliaan aquitard (0700) en het Ieperiaan aquitardssysteem (code 0900) (heffingsjaar 2009-2017) (gw_beleid:hgb_2009_aquitards)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan een laag lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden.

Actie- en waakgebieden 1000 (gw_beleid:waak_actie_2022_1000)

De actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid, zoals vastgesteld in de herstelprogrammas van het Paleoceen Aquifersysteem (SS_1000_GWL_1 en SS_1000_GWL_2 en BLKS_1000_GWL_2s) voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Sokkelsysteem (2022-2027)

Actie- en waakgebieden 1100 - 1300 (2016-2021) (gw_beleid:waak_actie_2016_1100_1300)

De actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid, zoals vastgesteld in de herstelprogrammas van het Krijt Aquifersysteem en het Cambro-Siluur Massief van Brabant (SS_1300_GWL_2, SS_1300_GWL_3, SS_1300_GWL_4, SS_1300_GWL_5 en BLKS_1100_GWL_2s) voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Sokkelsysteem (2016-2021)

Het Kust- en Poldersysteem (KPS) (2009-2027) (gw_beleid:gws_kustpolder)

Op basis van de regionale grondwaterstroming worden verschillende opeenvolgende HCOV's afgebakend die als één geheel worden beschouwd: de grondwatersystemen. De grenzen zijn gebaseerd op de fysische kenmerken van de grondwaterreservoirs (naast enkele gewest- en landsgrenzen). De systemen worden begrensd door duidelijke barrières voor de grondwaterstroming zoals dikke kleilagen, geologische begrenzing, sterk drainerende rivieren, verziltingsgrenzen, ... Er zijn zes grondwatersystemen: - het Kust- en Poldersysteem - het Centraal Vlaams Systeem - het Sokkelsysteem - het Maassysteem - het Centraal Kempisch Systeem - het Brulandkrijtssyteem

Actie- en waakgebieden 1100 - 1300 (gw_beleid:waak_actie_2022_1100_1300)

De actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid, zoals vastgesteld in de herstelprogrammas van het Krijt Aquifersysteem en het Cambro-Siluur Massief van Brabant (SS_1300_GWL_2, SS_1300_GWL_3, SS_1300_GWL_4, SS_1300_GWL_5 en BLKS_1100_GWL_2s) voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Sokkelsysteem (2022-2027)

BEVLS_A0400_1 - Oligoceen Schelde zuid, niet-afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a0400_1)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A0400_1 - Oligoceen Schelde zuid, niet-afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Oligoceen Aquifersysteem A0400 en van de daarboven liggende Quartaire Aquifersystemen A0100 niet toegekend aan andere grondwaterlichamen, en eilanden van het Kempens Aquifersysteem A0200. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

Actie- en waakgebieden contourenkaart (gw_beleid:waak_actie_contours)

Contourenkaart van de actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid zoals vastgesteld in de herstelprogrammas voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Centraal Vlaams Systeem, het Brulandkrijtsysteem en het Sokkelsysteem (2016-2021)

Grondwaterlichamen (gw_beleid:gwlichamen)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. De afbakening van grondwaterlichamen is verplicht gesteld in de Europese Kaderrichtlijn Water 2000/60/EG. Een grondwaterlichaam wordt hierin gedefinieerd als "een afzonderlijke watermassa in één of meer watervoerende lagen". De indeling van de ondergrond in verschillende grondwaterlichamen is voornamelijk gebaseerd op de fysische kenmerken van de grondwaterreservoirs en op de regionale grondwaterstroming. De opeenvolging van watervoerende (zand, grind, krijt, vast gesteente, …) en regionaal voorkomende niet-watervoerende lagen (klei, …) en het voorkomen van duidelijke barrières voor de grondwaterstroming (dikke kleilagen, breuken, grondwaterscheidingen, sterk drainerende rivieren, verziltingsgrenzen, …) vormen de belangrijkste uitgangspunten. Er werd voor de afbakening van de grondwaterlichamen dan ook uitgegaan van de Hydrogeologische Codering van de Ondergrond van Vlaanderen (HCOV-codering) en van de indeling van de ondergrond van Vlaanderen in grondwatersystemen. De grondwaterlichamen zijn driedimensionaal en kunnen zowel naast elkaar als boven elkaar voorkomen. In totaal zijn er 42 grondwaterlichamen. Ze verschillen onderling zeer sterk: * oppervlakte van 50 km² tot 6000 km² * dikte van 20m tot 1000m * Kh van 0,000005 tot 2300 m/dag * van zoet tot zout * opgebouwd uit voornamelijk kalksteen, zand, grind, veen, silt, ... * ... De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. De code is als volgt opgebouwd: De naamgeving van een grondwaterlichaam is steeds gebaseerd op de HCOV-code van de belangrijkste watervoerende laag. Elk grondwaterlichaam heeft eveneens een betekenisvolle code "GWS_HCOV_GWL_NR" meegekregen. De code bestaat uit een afkorting van het grondwatersysteem waarin het grondwater-lichaam gelegen is (bijvoorbeeld CVS, Centraal Vlaams Systeem), gevolgd door de HCOV-code, die overeenstemt met een belangrijkste watervoerende laag (bijvoorbeeld 0600 staat voor het Ledo-Paniseliaan-Brusseliaan Aquifersysteem). Dan wordt de afkorting "GWL" toegevoegd, waarna een volgnummer NR wijst op de verdere ruimtelijke indeling van de watervoerende laag in verschillende regio's. Tenslotte werd in sommige gevallen de letter "s" en "m" toegevoegd, waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam werd opgesplitst in een deel dat enerzijds in Scheldedistrict of anderzijds in het Maasdistrict te situeren is. Om het driedimensionale aspect van de grondwaterlichamen te helpen verduidelijken werden er horizonten toegevoegd, i.e. de volgorde waarop de grondwaterlichamen in de diepte voorkomen. Deze dataset bevat een een kommagescheiden lijst van horizonten waarin het grondwaterlichaam voorkomt. Bv. "1" betekent dat het grondwaterlichaam enkel als eerste (minst diepe) grondwaterlichaam voorkomt; "1,2,3" betekent dat het grondwaterlichaam, afhankelijk van de plaats in Vlaanderen, als eerste, tweede of derde grondwaterlichaam in de diepte voorkomt; "3,4,5" betekent dat het grondwaterlichaam minimaal twee en maximaal vier grondwaterlichamen boven zich heeft. Om voor een gegeven plaats precies te weten wat de volgorde is van de grondwaterlichamen kan er gebruik gemaakt worden van de laag “grondwaterlichamen (horizonten)”.

Kaart van het afgesloten Ledo-Paniseliaan Brusseliaan aquifersysteem (code 0600) (gw_beleid:afg_0600)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan een laag lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden.

Kaart van het afgesloten Oligoceen aquifersysteem (code 0400) (gw_beleid:afg_0400)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan een laag lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden.

Heffingsgebieden voor winningen, gelegen in het Quartair aquifersysteem (code 0100) (heffingsjaar 2009-2017) (gw_beleid:hgb_2009_0100)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan een laag lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden.

Heffingsgebieden voor winningen, gelegen in het Paleoceen aquifersysteem (code 1000) (heffingsjaar 2018-2023) (gw_beleid:hgb_2018_1000)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan voor een specifieke laag (HCOV hoofdeenheid) lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden, naargelang de gebiedspecifieke grondwaterproblematiek, bv. voor de vastgestelde actiegebieden voor grondwater. De gebiedsfactoren gelden voor de heffingsjaren 2018 t.e.m. 2023.

Kaart van het afgesloten Ieperiaan aquifersysteem (code 0800) (gw_beleid:afg_0800)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan een laag lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden.

Actie- en waakgebieden contourenkaart (2016-2021) (gw_beleid:waak_actie_2016_contours)

Contourenkaart van de actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid zoals vastgesteld in de herstelprogrammas voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Centraal Vlaams Systeem, het Brulandkrijtsysteem en het Sokkelsysteem (2016-2021)

BEVLS_A1000_3 - Paleoceen west, afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a1000_3)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A1000_3 - Paleoceen west, afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Paleoceen Aquifersysteem A1000 en eilandjes afzettingen van de Quartaire Aquifersystemen A0100 onder Brussel die nog niet toegekend werden aan bovenliggende grondwaterlichamen. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

BEVLM_A1100_1 - Krijt Maas zuidoost, niet-afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevlm_a1100_1)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLM_A1100_1 - Krijt Maas zuidoost, niet-afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Krijt Aquifersysteem A1100, onderliggende Sokkel A1300 afzettingen, bovenliggende afzettingen van het Paleoceen Aquifersysteem A1000 en bovenliggende afzettingen van de Quartaire Aquifersystemen die nog nog niet toegekend zijn aan een ander grondwaterlichaam. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

Het Centraal Kempisch Systeem (CKS) (2009-2027) (gw_beleid:gws_centraalkempisch)

Op basis van de regionale grondwaterstroming worden verschillende opeenvolgende HCOV's afgebakend die als één geheel worden beschouwd: de grondwatersystemen. De grenzen zijn gebaseerd op de fysische kenmerken van de grondwaterreservoirs (naast enkele gewest- en landsgrenzen). De systemen worden begrensd door duidelijke barrières voor de grondwaterstroming zoals dikke kleilagen, geologische begrenzing, sterk drainerende rivieren, verziltingsgrenzen, ... Er zijn zes grondwatersystemen: - het Kust- en Poldersysteem - het Centraal Vlaams Systeem - het Sokkelsysteem - het Maassysteem - het Centraal Kempisch Systeem - het Brulandkrijtssyteem

BEVLS_A1000_2 - Paleoceen oost, afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a1000_2)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A1000_2 - Paleoceen oost, afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Paleoceen Aquifersysteem A1000 en eilandjes afzettingen van de Quartaire Aquifersystemen A0100 onder Brussel die nog niet toegekend werden aan bovenliggende grondwaterlichamen. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

BEVLM_A1100_2 - Krijt Maas oost, afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevlm_a1100_2)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLM_A1100_2 - Krijt Maas oost, afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Krijt Aquifersysteem A1100, onderliggende afzettingen van het Jura - Trias - Perm A1200 en de Sokkel A1300, en bovenliggende afzettingen van het Paleoceen Aquifersysteem A1000. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

BEVLS_A1000_1 - Paleoceen zuid-oost, niet-afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a1000_1)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A1000_1 - Paleoceen zuid-oost, niet-afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Paleoceen Aquifersysteem A1000 en bovenliggende afzettingen van de Quartaire Aquifersystemen A0100, het Oligoceen Aquifersysteem A0400 en het Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem A0600 die nog niet toegekend zijn aan andere grondwaterlichamen. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

BEVLS_A0200_1 - Centrale Zanden van de Kempen, niet-afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a0200_1)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A0200_1 - Centrale Zanden van de Kempen, niet-afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Kempens Aquifersysteem A0200 en bovenliggende afzettingen van de Quartaire Aquifersystemen A0100. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

Actie- en waakgebieden 1000 (gw_beleid:waak_actie_1000)

De actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid, zoals vastgesteld in de herstelprogrammas van het Paleoceen Aquifersysteem (SS_1000_GWL_1 en SS_1000_GWL_2 en BLKS_1000_GWL_2s) voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Sokkelsysteem (2016-2021)

Grondwaterlichamen (horizonten) (2009-2027) (gw_beleid:gwlichamen_horiz)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. De afbakening van grondwaterlichamen is verplicht gesteld in de Europese Kaderrichtlijn Water 2000/60/EG. Een grondwaterlichaam wordt hierin gedefinieerd als "een afzonderlijke watermassa in een of meer watervoerende lagen". De indeling van de ondergrond in verschillende grondwaterlichamen is voornamelijk gebaseerd op de fysische kenmerken van de grondwaterreservoirs en op de regionale grondwaterstroming. De opeenvolging van watervoerende (zand, grind, krijt, vast gesteente, ...) en regionaal voorkomende niet-watervoerende lagen (klei, ...) en het voorkomen van duidelijke barrieres voor de grondwaterstroming (dikke kleilagen, breuken, grondwaterscheidingen, sterk drainerende rivieren, verziltingsgrenzen, ...) vormen de belangrijkste uitgangspunten. Er werd voor de afbakening van de grondwaterlichamen dan ook uitgegaan van de Hydrogeologische Codering van de Ondergrond van Vlaanderen (HCOV-codering) en van de indeling van de ondergrond van Vlaanderen in grondwatersystemen. De grondwaterlichamen zijn driedimensionaal en kunnen zowel naast elkaar als boven elkaar voorkomen. In totaal zijn er 42 grondwaterlichamen. Ze verschillen onderling zeer sterk: * oppervlakte van 50 km^2 tot 6000 km^2 * dikte van 20m tot 1000m * Kh van 0,000005 tot 2300 m/dag * van zoet tot zout * opgebouwd uit voornamelijk kalksteen, zand, grind, veen, silt, ... * ... De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. De code is als volgt opgebouwd: De naamgeving van een grondwaterlichaam is steeds gebaseerd op de HCOV-code van de belangrijkste watervoerende laag. Elk grondwaterlichaam heeft eveneens een betekenisvolle code "GWS_HCOV_GWL_NR" meegekregen. De code bestaat uit een afkorting van het grondwatersysteem waarin het grondwater-lichaam gelegen is (bijvoorbeeld CVS, Centraal Vlaams Systeem), gevolgd door de HCOV-code, die overeenstemt met een belangrijkste watervoerende laag (bijvoorbeeld 0600 staat voor het Ledo-Paniseliaan-Brusseliaan Aquifersysteem). Dan wordt de afkorting "GWL" toegevoegd, waarna een volgnummer NR wijst op de verdere ruimtelijke indeling van de watervoerende laag in verschillende regio's. Tenslotte werd in sommige gevallen de letter "s" en "m" toegevoegd, waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam werd opgesplitst in een deel dat enerzijds in Scheldedistrict of anderzijds in het Maasdistrict te situeren is. Om het driedimensionale aspect van de grondwaterlichamen te helpen verduidelijken werden deze opgesplitst in horizonten, i.e. de volgorde waarop de grondwaterlichamen in de diepte voorkomen. Op een gegeven plaats komt elk grondwaterlichaam maximum in één horizont voor en komt er in elke horizont maximum één grondwaterlichaam voor. "1" betekent dat het grondwaterlichaam bovenaan voorkomt, "2" dat het als tweede grondwaterlichaam voorkomt, "3" als derde,... Andersom kan gezegd worden dat er 4 grondwaterlichamen boven een grondwaterlichaam met horizont "5" voorkomen.

Actie- en waakgebieden 0600 - 0800 (2016-2021) (gw_beleid:waak_actie_2016_0600_0800)

De actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid, zoals vastgesteld in de herstelprogrammas van het Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem en Ieperiaan aquifer (Grondwaterlichamen CVS_0600_GWL_2, CVS_0800_GWL_2 en BLKS_0600_GWL_2s) voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Centraal Vlaams Systeem en het Brulandkrijtsysteem (2016-2021)

BEVLM_A0400_2 - Oligoceen Maas oost, afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevlm_a0400_2)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLM_A0400_2 - Oligoceen Maas oost, afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Oligoceen Aquifersysteem A0400. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

Actie- en waakgebieden 1000 (2016-2021) (gw_beleid:waak_actie_2016_1000)

De actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid, zoals vastgesteld in de herstelprogrammas van het Paleoceen Aquifersysteem (SS_1000_GWL_1 en SS_1000_GWL_2 en BLKS_1000_GWL_2s) voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Sokkelsysteem (2016-2021)

BEVLM_A0200_1 - Klei-zand complex van de Kempen, niet-afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevlm_a0200_1)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLM_A0200_1 - Klei-zand complex van de Kempen, niet-afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Klei-zand complex van de Kempen A0210 en bovenliggende afzettingen van de Quartaire Aquifersystemen A0100. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

BEVLM_A0400_3 - Oligoceen Maas noord, afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevlm_a0400_3)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLM_A0400_3 - Oligoceen Maas noord, afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Oligoceen Aquifersysteem A0400 en alle onderliggende afzettingen tot aan het Ieperiaan Aquitardsysteem (Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem A0600, Ieperiaan Aquifersysteem A0800). De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

BEVLM_A0400_1 - Oligoceen Maas zuid-oost, niet-afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevlm_a0400_1)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLM_A0400_1 - Oligoceen Maas zuid-oost, niet-afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Oligoceen Aquifersysteem A0400 en van de daarboven liggende Quartaire Aquifersystemen A0100 niet toegekend aan andere grondwaterlichamen, en eilanden van het Kempens Aquifersysteem A0200. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

BEVLM_A0200_4 - Roerdalslenk ondiep, niet-afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevlm_a0200_4)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLM_A0200_4 - Roerdalslenk ondiep, niet-afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Kempens Aquifersysteem A0200 liggend boven Kiezeloöliet klei 1 A0233 en daar bovenliggende afzettingen van de Quartaire Aquifersystemen A0100. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

BEVLM_A0200_5 - Roerdalslenk diep, niet-afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevlm_a0200_5)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLM_A0200_5 - Roerdalslenk diep, niet-afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Kempens Aquifersysteem A0200 liggend onder Kiezeloöliet klei 1 A0233. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

BEVLM_A0200_2 - Noordelijke Zanden van de Kempen, niet-afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevlm_a0200_2)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLM_A0200_2 - Noordelijke Zanden van de Kempen, niet-afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Kempens Aquifersysteem A0200 onder het Klei-zand complex van de Kempen A0210. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

BEVLM_A0200_3 - Oostelijke Zanden van de Kempen, niet-afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevlm_a0200_3)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLM_A0200_3 - Oostelijke Zanden van de Kempen, niet-afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Kempens Aquifersysteem A0200 en bovenliggende afzettingen van de Quartaire Aquifersystemen A0100. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

Kaart van het afgesloten Paleoceen aquifersysteem, het afgesloten Krijt aquifersysteem en de afgesloten Sokkel (code 1000, code 1100 en code 1300) (gw_beleid:afg_1000_1100_1300)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan een laag lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden.

BEVLS_A0100_3 - Pleistocene afzettingen, niet-afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a0100_3)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A0100_3 - Pleistocene afzettingen, niet-afgesloten. Inhoud: afzettingen van de Quartaire Aquifersystemen A0100 binnen de contouren van de Pleistocene afzettingen A0170. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

Het Maassysteem (MS) (2009-2027) (gw_beleid:gws_maas)

Op basis van de regionale grondwaterstroming worden verschillende opeenvolgende HCOV's afgebakend die als één geheel worden beschouwd: de grondwatersystemen. De grenzen zijn gebaseerd op de fysische kenmerken van de grondwaterreservoirs (naast enkele gewest- en landsgrenzen). De systemen worden begrensd door duidelijke barrières voor de grondwaterstroming zoals dikke kleilagen, geologische begrenzing, sterk drainerende rivieren, verziltingsgrenzen, ... Er zijn zes grondwatersystemen: - het Kust- en Poldersysteem - het Centraal Vlaams Systeem - het Sokkelsysteem - het Maassysteem - het Centraal Kempisch Systeem - het Brulandkrijtssyteem

Actie- en waakgebieden contourenkaart (gw_beleid:waak_actie_2022_contours)

Contourenkaart van de actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid zoals vastgesteld in de herstelprogrammas voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Centraal Vlaams Systeem, het Brulandkrijtsysteem en het Sokkelsysteem (2022-2027)

Het Sokkelsysteem (SS) (2009-2027) (gw_beleid:gws_sokkel)

Op basis van de regionale grondwaterstroming worden verschillende opeenvolgende HCOV's afgebakend die als één geheel worden beschouwd: de grondwatersystemen. De grenzen zijn gebaseerd op de fysische kenmerken van de grondwaterreservoirs (naast enkele gewest- en landsgrenzen). De systemen worden begrensd door duidelijke barrières voor de grondwaterstroming zoals dikke kleilagen, geologische begrenzing, sterk drainerende rivieren, verziltingsgrenzen, ... Er zijn zes grondwatersystemen: - het Kust- en Poldersysteem - het Centraal Vlaams Systeem - het Sokkelsysteem - het Maassysteem - het Centraal Kempisch Systeem - het Brulandkrijtssyteem

BEVLS_A0100_1 - Zoet grondwater in het kust- en poldergebied, niet-afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a0100_1)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A0100_1 - Zoet grondwater in het kust- en poldergebied, niet-afgesloten. Inhoud: alle afzettingen van de Quartaire Aquifersystemen A0100, en de daar onderliggende afzettingen van het Oligoceen Aquifersysteem A0400, het Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem A0600 en het Ieperiaan Aquifersysteem A0800 waarin zoetwaterlenzen met significante dikte voorkomen bovenop verzilt grondwater. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

Heffingsgebieden voor winningen, gelegen in het Quartair aquifersysteem (code 0100) (heffingsjaar 2018-2023) (gw_beleid:hgb_2018_0100)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan voor een specifieke laag (HCOV hoofdeenheid) lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden, naargelang de gebiedspecifieke grondwaterproblematiek, bv. voor de vastgestelde actiegebieden voor grondwater. De gebiedsfactoren gelden voor de heffingsjaren 2018 t.e.m. 2023

BEVLS_A0100_2 - Verzilt grondwater in het kust- en poldergebied, niet-afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a0100_2)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A0100_2 - Verzilt grondwater in het kust- en poldergebied, niet-afgesloten. Inhoud: alle afzettingen van de Quartaire Aquifersystemen A0100, en de daar onderliggende afzettingen van het Kempens Aquifersysteem A0200, het Oligoceen Aquifersysteem A0400, het Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem A600 en het Ieperiaan Aquifersysteem A0800 waarin verzilt grondwater aanwezig is. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

Heffingsgebieden voor winningen, gelegen in de Sokkel (code 1300) en het Krijt aquifersysteem (code 1100) (heffingsjaar 2018-2023) (gw_beleid:hgb_2018_1300_1100)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan voor een specifieke laag (HCOV hoofdeenheid) lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden, naargelang de gebiedspecifieke grondwaterproblematiek, bv. voor de vastgestelde actiegebieden voor grondwater. De gebiedsfactoren gelden voor de heffingsjaren 2018 t.e.m. 2023

Actie- en waakgebieden 0400 (gw_beleid:waak_actie_0400)

De actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid, zoals vastgesteld in de herstelprogrammas van het Oligoceen Aquifersysteem (Grondwaterlichamen CVS_0400_GWL_1 en BLKS_0400_GWL_2s) voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Centraal Vlaams Systeem en het Brulandkrijtsysteem (2016-2021)

Actie- en waakgebieden 0400 (2016-2021) (gw_beleid:waak_actie_2016_0400)

De actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid, zoals vastgesteld in de herstelprogrammas van het Oligoceen Aquifersysteem (Grondwaterlichamen CVS_0400_GWL_1 en BLKS_0400_GWL_2s) voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Centraal Vlaams Systeem en het Brulandkrijtsysteem (2016-2021)

Heffingsgebieden voor winningen, gelegen in het Paleoceen aquifersysteem (code 1000) (heffingsjaar 2009-2017) (gw_beleid:hgb_2009_1000)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan een laag lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden.

BEVLS_A0800_1 - Quartair en Ieperiaan zuid, niet-afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a0800_1)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A0800_1 - Quartair en Ieperiaan zuid, niet-afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Ieperiaan Aquifersysteem A0800, de Quartaire Aquifersystemen A0100 niet behorend tot bovenliggende grondwaterlichamen, het Ieperiaan Aquitardsysteem A0900 tot een maximum diepte van 50 meter onder de top van A0900 (waaronder de afzettingen van het Kleiig zand van Mons-en-Pévèle A0903), en eilanden van het Kempens Aquifersysteem A0200 en het Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem A0600. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

BEVLS_A0800_2 - Ieperiaan noord, afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a0800_2)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A0800_2 - Ieperiaan noord, afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Ieperiaan Aquifersysteem A0800 en het Ieperiaan Aquitardsysteem A0900 tot een maximum diepte van 50 meter onder de top van A0900 (waaronder de afzettingen van het Kleiig zand van Mons-en-Pévèle A0903). De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

Actie- en waakgebieden 1100 - 1300 (gw_beleid:waak_actie_1100_1300)

De actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid, zoals vastgesteld in de herstelprogrammas van het Krijt Aquifersysteem en het Cambro-Siluur Massief van Brabant (SS_1300_GWL_2, SS_1300_GWL_3, SS_1300_GWL_4, SS_1300_GWL_5 en BLKS_1100_GWL_2s) voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Sokkelsysteem (2016-2021)

Heffingsgebieden voor winningen, gelegen in het Ieperiaan aquifer (code 0800) (heffingsjaar 2009-2017) (gw_beleid:hgb_2009_0800)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan een laag lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden.

BEVLS_A1100_1 - Krijt Schelde zuid-oost, niet-afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a1100_1)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A1100_1 - Krijt Schelde zuid-oost, niet-afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Krijt Aquifersysteem A1100, onderliggende Sokkel A1300 afzettingen en bovenliggende afzettingen van de Quartaire Aquifersystemen A0100 die nog niet toegekend zijn aan andere grondwaterlichamen. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

Actie- en waakgebieden 0800 (gw_beleid:waak_actie_2022_0800)

De actie- en waakgebieden i.k.v. het gebiedspecifieke beleid, zoals vastgesteld in de herstelprogrammas van het Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem en Ieperiaan aquifer (Grondwaterlichamen CVS_0800_GWL_2 en BLKS_0600_GWL_2s) voor grondwaterlichamen in ontoereikende kwantitatieve toestand binnen het Centraal Vlaams Systeem en het Brulandkrijtsysteem (2022-2027)

Heffingsgebieden voor winningen, gelegen in het Ledo-Paniseliaan Brusseliaan aquifersysteem (code 0600) (heffingsjaar 2009-2017) (gw_beleid:hgb_2009_0600)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan een laag lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden.

Het Centraal Vlaams Systeem (CVS) (2009-2027) (gw_beleid:gws_centraalvlaams)

Op basis van de regionale grondwaterstroming worden verschillende opeenvolgende HCOV's afgebakend die als één geheel worden beschouwd: de grondwatersystemen. De grenzen zijn gebaseerd op de fysische kenmerken van de grondwaterreservoirs (naast enkele gewest- en landsgrenzen). De systemen worden begrensd door duidelijke barrières voor de grondwaterstroming zoals dikke kleilagen, geologische begrenzing, sterk drainerende rivieren, verziltingsgrenzen, ... Er zijn zes grondwatersystemen: - het Kust- en Poldersysteem - het Centraal Vlaams Systeem - het Sokkelsysteem - het Maassysteem - het Centraal Kempisch Systeem - het Brulandkrijtssyteem

Heffingsgebieden voor winningen, gelegen in het Oligoceen aquifersysteem (code 0400) (heffingsjaar 2009-2017) (gw_beleid:hgb_2009_0400)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan een laag lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden.

Heffingsgebieden voor winningen, gelegen in het Kempens aquifersysteem (code 0200) (heffingsjaar 2009-2017) (gw_beleid:hgb_2009_0200)

De heffing moet grondwaterverbruikers aanzetten tot een spaarzaam gebruik van grondwater. Ook wil ze het gebruik van meer duurzame alternatieven, zoals het gebruik van regenwater, stimuleren. De ontvangen heffingsbedragen worden integraal doorgestort naar het MINA-fonds. Het heffingenbeleid is gebaseerd op het principe van de laag- en de gebiedsfactor. In de heffingsformule zijn deze factoren ingebouwd. De laagfactor heeft betrekking op een hydrogeologische hoofdeenheid (HCOV-code) en wordt gebruikt voor lagen die in hun geheel een verscherpt heffingenbeleid vereisen. Met de gebiedsfactor kan een laag lokaal een differentiatie in de heffing aangebracht worden.

BEVLS_A1100_2 - Krijt Schelde oost, afgesloten (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_bevls_a1100_2)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. BEVLS_A1100_2 - Krijt Schelde oost, afgesloten. Inhoud: afzettingen van het Krijt Aquifersysteem A1100, onderliggende Sokkel A1300 afzettingen en eilandjes afzettingen van de Quartaire Aquifersystemen A0100 onder Brussel die nog niet toegekend werden aan bovenliggende grondwaterlichamen. De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M", waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

Grondwaterlichamen (vanaf 2028) (gw_beleid:gwlv2_grondwaterlichamen)

Om het grondwater te kunnen beheren is de Vlaamse ondergrond opgedeeld in verschillende driedimensionale eenheden: de grondwaterlichamen. Binnen deze grondwaterlichamen worden milieudoelstellingen getoetst en indien nodig maatregelen opgelegd. De afbakening van grondwaterlichamen is verplicht gesteld in de Europese Kaderrichtlijn Water 2000/60/EG (KRW). Een grondwaterlichaam wordt hierin gedefinieerd als "een afzonderlijke watermassa in één of meer watervoerende lagen". De opbouw van de grondwaterlichamen werd voor de vierde generatie stroomgebiedbeheerplannen (SGBP) geëvalueerd en bijgestuurd naar de meest recente inzichten in de ondergrond. De opbouw van de grondwaterlichamen is voornamelijk gebaseerd op de geofysische kenmerken van de grondwaterreservoirs en op de regionale grondwaterstroming. Er is een aparte afbakening gemaakt voor grondwaterlichamen gelegen in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict. Verder zijn er opdelingen gemaakt naar aanleiding van specifieke beleid- of beheersmaatregelen. De grondwaterlichamen zijn driedimensionaal en kunnen zowel naast elkaar als boven elkaar voorkomen. In totaal zijn er 28 grondwaterlichamen. Ze verschillen onderling zeer sterk: - oppervlakte van 60 km² tot 6950 km² - dikte tot 800 m - Kh van 0,000005 tot 2300 m/dag - van zoet tot zout - opgebouwd uit zand, klei, silt, grind, kalksteen, kalksteen, krijt, mergel, ... - ... De grondwaterlichamen hebben zowel een naam als een code. Deze code begint met een afkorting van de lidstaat en het gewest (BEVLM_A0200_2 = België, Vlaanderen), gevolgd door de letter "S" of "M" , waarmee wordt aangegeven dat een grondwaterlichaam gesitueerd is in het Schelde of het Maas stroomgebiedsdistrict (BEVLM_A0200_2 = Maas). De cijfercode slaat op de HCOVv2-code, die overeenstemt met de belangrijkste watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = Kempens Aquifersysteem). Een volgnummer op het einde wijst op de verdere ruimtelijke opdeling van de grondwaterlichamen in die watervoerende laag (BEVLM_A0200_2 = tweede grondwaterlichaam in het Maas stroomgebiedsdistrict waarvan het Kempens Aquifersysteem de belangrijkste watervoerende laag is).

There are currently no notifications for the service, click the feed icon to subscribe.