Vlaamse Overheid - Databank Ondergrond…

INSPIRE Raadpleegdienst Databank Ondergrond Vlaanderen

hhz hhz hhz
Service health Now:
Interface
Web Service, OGC Web Map Service 1.3.0
Keywords
WFS, WMS, GEOSERVER
Fees
NONE
Access constraints
NONE
Supported languages
dut
Data provider

Vlaamse Overheid - Databank Ondergrond Vlaanderen (DOV) (unverified)

Contact information:

ir. Marleen Van Damme

Vlaamse Overheid - Databank Ondergrond Vlaanderen (DOV)

Technologiepark 68, 9052 Zwijnaarde, Belgium

Email: 

Service metadata

Ads by Google

INSPIRE compliant Raadpleegdienst voor de kaartlagen m.b.t. bodem en ondergrond in Vlaanderen.

Available map layers (9)

Hydrogeologisch homogene zones (hhz)

De hydrogeologisch homogene zones (HHZ) zijn zones met vergelijkbare fysische en chemische randvoorwaarden voor de verspreiding en de afbraak van nitraat in het grondwater van de hiermee geassocieerde freatische watervoerende lagen. Er zijn 33 zones gedefinieerd.

Grondwaterstandindicator freatisch grondwater voor de tijd van het jaar (maandelijkse update) (stand_freatisch)

Wat is de grondwaterstandindicator? De grondwaterstandindicator geeft een beeld van de huidige stand van het freatische grondwater ten opzichte van normaal (in een 30-jarige referentieperiode). Deze analyse van de grondwaterstanden is gebaseerd op maandelijkse peilmetingen door de VMM, SCK en De Watergroep. Die maandelijkse peilmetingen worden aangevuld met dagelijkse modelberekeningen voor de periode 1991 - heden. Enkel de freatische peilen worden besproken. Dat zijn de peilen in de bovenste grondwaterlagen die bovenaan niet afgesloten zijn door een afsluitende laag, en dus in contact staan met de atmosfeer. Voor de analyse wordt een selectie aan freatische peilfilters met continue meetreeksen van minstens 5 jaar, en met meestal relatief ondiepere grondwaterstanden gebruikt. De grondwaterstanden van deze peilfilters weerspiegelen het best de invloed van recente klimatologische variaties, terwijl ze ook getoetst kunnen worden aan een relatief langere meethistoriek. Per peilfilter wordt de huidige grondwaterstand vergeleken met de peilen in de afgelopen jaren. Tegelijkertijd wordt er bepaald of er de afgelopen maand een relatieve stijging of daling is opgetreden. De gegevens worden in een kaart en een aantal grafieken verwerkt. Hierdoor krijgt men een beeld van hoe hoog of hoe laag de grondwaterstand staat ten opzichte van de peilen in de referentieperiode en welke richting het uitgaat met de grondwaterstand. De grondwaterstandindicator wordt maandelijks opgemaakt. Opbouw van de grondwaterstandindicator Op de geselecteerde meetplaatsen gebeuren maandelijkse peilmetingen. Voor elke meetplaats is bovendien een Pastas-tijdsreeksmodel [https://pastas.readthedocs.io/stable/] opgesteld dat de grondwaterstand modelleert op basis van waargenomen dagelijkse neerslag en verdamping, en gekalibreerd aan de metingen. De dagelijkse modellering wordt dan samengevoegd met de maandelijkse peilmetingen. De zo verkregen tijdsreeks van dagelijkse gesimuleerde grondwaterstanden wordt verwerkt tot de indicator. Hoe is de grondwatestandindicatorkaartlaag opgesteld? De kaartlaag toont per meetplaats via een kleurcode de toestand van het freatische grondwater voor de tijd van het jaar en via een symbool of de grondwaterstand is gedaald/gestegen/stabiel gebleven t.o.v. een maand eerder. Per meetplaats wordt de gesimuleerde grondwaterstand (combinatie maandelijkse peilmetingen en dagelijkse modellering met het Pastas-model) per dag vergeleken met de gesimuleerde grondwaterstand van telkens dezelfde dag in het jaar in de 30-jarige referentieperiode. Er wordt ingeschat hoeveel procent van die jaren de beschouwde dag een grondwaterstand heeft die lager is dan de gesimuleerde grondwaterstand voor dit jaar. Bijvoorbeeld, in 15% van de jaren is de grondwaterstand op een bepaalde dag in het jaar lager dan de beschouwde grondwaterstand op diezelfde dag. Dit komt dan overeen met het 15de percentiel (P15). De percentielen zijn in 5 klassen ingedeeld: • Zeer laag (P90): de grondwaterstand behoort tot de 10% hoogste grondwaterstanden op dezelfde dag van het jaar in de referentieperiode De stijging of daling wordt bepaald tussen de grondwaterstand van de vorige maand en de grondwaterstand op de referentiedatum van dit rapport. Als de verandering van de grondwaterstand op een meetplaats meer dan 5 % van het verschil tussen het 10de en 90ste percentiel van de grondwaterstand op die meetplaats is, wordt dit als een stijging of daling aanzien. Anders wordt de situatie als stabiel beschouwd.

Verziltingskaart grondwater 1974 (verzilting)

De verziltingskaart geeft de diepte weer van het grensvlak tussen zoet en zout grondwater in het kust- en poldergebied. De diepte is tov het maaiveld voor wat betreft de polders. Voor de duinen geeft de verziltingskaart een onderschatting weer aangezien geen rekening gehouden wordt met het variabel reliëf in dit gebied. Enige voorzichtigheid is hier dus geboden bij interpretatie van de kaart in duingebied. De oostelijke grens van de verziltingskaart van "Noordelijk Vlaanderen" wordt gevormd door de Schelde. Het verzilt gebied loopt echter verder door op de rechterscheldeoever, maar deze werd tot op heden niet in detail gekarteerd. De afbakening van verzilt gebied op de rechterscheldeoever wordt wel weergegeven op de kwetsbaarheidskaart van de provincie Antwerpen (De Breuck et al., 1986). Volledigheidshalve werd dit gebied in de verziltingskaart op DOV opgenomen en aangeduid met een groene arcering (verzilt - geen data). Het grensvlak tussen zoet en zout grondwater werd door De Breuck et al. (1974) gedefinieerd als een grondwater met een totaal opgelost stoffengehalte (total dissolved solids of TDS) van 1.500 ppm (of mg/l). Zoals uit de kaart kan afgeleid worden zijn zoetwaterlenzen voornamelijk uitgesproken onder duin- en kreekgebieden. Deze reliëfvormen bestaan over het algemeen uit goed doorlatende afzettingen waardoor hemelwater gemakkelijk infiltreert en zoetwaterlenzen tot ontwikkeling kunnen komen. Het kwetsbaar evenwicht tussen zoet en zout grondwater kan echter grondig verstoord worden door antropogene activiteiten.

Verziltingskaart 2014/2017 conservatief (m-mv) (verziltingskaart_2014_2017_con_mmv)

De kaart, gebaseerd op de helikoptermetingen van 2014 en 2017, geeft een conservatieve inschatting weer van de diepte van het grensvlak tussen zoet en brak grondwater in meter ten opzichte van maaiveld. Rekening houdende met de onzekerheid op de metingen werden twee versies van de verziltingskaart opgemaakt: 1. Een conservatieve schatting van de diepte van het grensvlak waarbij wordt uitgegaan van een kans van 95% dat er zoet grondwater boven dit grensvlak wordt aangetroffen. 2. Een optimistische schatting van de diepte van het grensvlak waarbij wordt uitgegaan van een kans van 89% dat er zoet grondwater boven dit grensvlak wordt aangetroffen. Zoet water betekent een geleidbaarheid kleiner dan 2000 µS/cm. Het is aangewezen beide grensvlakken te raadplegen om een inschatting te maken van de zoet-brakwaterverdeling op een bepaalde locatie. Daarnaast zijn de datapunten beschikbaar (“verziltingskaart_2014/2017_helikoptermetingen”) zodat kan nagegaan worden waar effectief gemeten werd en waar geïnterpoleerd werd. De datapunten liggen op vlieglijnen waarbij een verticaal profiel raadpleegbaar is met weergave van de saliniteit, de bulk resistiviteit, de lithologie en de stratigrafie. Op de profielen is de grens tussen zoet en brak (optimistisch en conservatief) en tussen brak en zout grondwater zichtbaar. De grens tussen brak en zout grondwater wordt gedefinieerd als 25000 µS/cm. Wegens bebouwing en andere obstakels konden bepaalde zones binnen het kust- en poldergebied niet gemeten worden. Voor deze gebieden kan men terugvallen op de verziltingkaart uit 1974.

Verziltingskaart 2014/2017 conservatief (mTAW) (verziltingskaart_2014_2017_con_mtaw)

De kaart, gebaseerd op de helikoptermetingen van 2014 en 2017, geeft een conservatieve inschatting weer van de diepte van het grensvlak tussen zoet en brak grondwater in meter TAW. Rekening houdende met de onzekerheid op de metingen werden twee versies van de verziltingskaart opgemaakt: 1. Een conservatieve schatting van de diepte van het grensvlak waarbij wordt uitgegaan van een kans van 96% dat er zoet grondwater boven dit grensvlak wordt aangetroffen. 2. Een optimistische schatting van de diepte van het grensvlak waarbij wordt uitgegaan van een kans van 89% dat er zoet grondwater boven dit grensvlak wordt aangetroffen. Zoet water betekent een geleidbaarheid kleiner dan 2000 µS/cm. Het is aangewezen beide grensvlakken te raadplegen om een inschatting te maken van de zoet-brakwaterverdeling op een bepaalde locatie. Daarnaast zijn de datapunten beschikbaar (“verziltingskaart_2014/2017_helikoptermetingen”) zodat kan nagegaan worden waar effectief gemeten werd en waar geïnterpoleerd werd. De datapunten liggen op vlieglijnen waarbij een verticaal profiel raadpleegbaar is met weergave van de saliniteit, de bulk resistiviteit, de lithologie en de stratigrafie. Op de profielen is de grens tussen zoet en brak (optimistisch en conservatief) en tussen brak en zout grondwater zichtbaar. De grens tussen brak en zout grondwater wordt gedefinieerd als 25000 µS/cm. Wegens bebouwing en andere obstakels konden bepaalde zones binnen het kust- en poldergebied niet gemeten worden. Voor deze gebieden kan men terugvallen op de verziltingkaart uit 1974.

Verziltingskaart 2014/2017 optimistisch (m-mv) (verziltingskaart_2014_2017_opt_mmv)

De kaart, gebaseerd op de helikoptermetingen van 2014 en 2017, geeft een optimistische inschatting weer van de diepte van het grensvlak tussen zoet en brak grondwater in meter ten opzichte van maaiveld. Rekening houdende met de onzekerheid op de metingen werden twee versies van de verziltingskaart opgemaakt: 1. Een conservatieve schatting van de diepte van het grensvlak waarbij wordt uitgegaan van een kans van 96% dat er zoet grondwater boven dit grensvlak wordt aangetroffen. 2. Een optimistische schatting van de diepte van het grensvlak waarbij wordt uitgegaan van een kans van 89% dat er zoet grondwater boven dit grensvlak wordt aangetroffen. Zoet water betekent een geleidbaarheid kleiner dan 2000 µS/cm. Het is aangewezen beide grensvlakken te raadplegen om een inschatting te maken van de zoet-brakwaterverdeling op een bepaalde locatie. Daarnaast zijn de datapunten beschikbaar (“verziltingskaart_2014/2017_helikoptermetingen”) zodat kan nagegaan worden waar effectief gemeten werd en waar geïnterpoleerd werd. De datapunten liggen op vlieglijnen waarbij een verticaal profiel raadpleegbaar is met weergave van de saliniteit, de bulk resistiviteit, de lithologie en de stratigrafie. Op de profielen is de grens tussen zoet en brak (optimistisch en conservatief) en tussen brak en zout grondwater zichtbaar. De grens tussen brak en zout grondwater wordt gedefinieerd als 25000 µS/cm. Wegens bebouwing en andere obstakels konden bepaalde zones binnen het kust- en poldergebied niet gemeten worden. Voor deze gebieden kan men terugvallen op de verziltingkaart uit 1974.

Verziltingskaart 2014/2017 optimistisch (mTAW) (verziltingskaart_2014_2017_opt_mtaw)

De kaart, gebaseerd op de helikoptermetingen van 2014 en 2017, geeft een optimistische inschatting weer van de diepte van het grensvlak tussen zoet en brak grondwater in meter TAW. Rekening houdende met de onzekerheid op de metingen werden twee versies van de verziltingskaart opgemaakt: 1. Een conservatieve schatting van de diepte van het grensvlak waarbij wordt uitgegaan van een kans van 95% dat er zoet grondwater boven dit grensvlak wordt aangetroffen. 2. Een optimistische schatting van de diepte van het grensvlak waarbij wordt uitgegaan van een kans van 89% dat er zoet grondwater boven dit grensvlak wordt aangetroffen. Zoet water betekent een geleidbaarheid kleiner dan 2000 µS/cm. Het is aangewezen beide grensvlakken te raadplegen om een inschatting te maken van de zoet-brakwaterverdeling op een bepaalde locatie. Daarnaast zijn de datapunten beschikbaar (“verziltingskaart_2014_helikoptermetingen” en” verziltingskaart_2017_helikoptermetingen”) zodat kan nagegaan worden waar effectief gemeten werd en waar geïnterpoleerd werd. De datapunten liggen op vlieglijnen waarbij een verticaal profiel raadpleegbaar is met weergave van de bulk resisitiveit voor de metingen uit 2014 en met weergave van de saliniteit, de bulk resistiviteit, de lithologie en de stratigrafie voor de metingen uit 2017. Op de profielen is de grens tussen zoet en brak (optimistisch en conservatief) en tussen brak en zout grondwater zichtbaar. De grens tussen brak en zout grondwater wordt gedefinieerd als 25000 µS/cm.

Verziltingskaart 2014 - helikoptermetingen (verziltingskaart_2014_datapunten)

Het betreft de datapunten van de eerste meetcampagne van het elektromagnetisch onderzoek vanuit de lucht uitgevoerd aan de Oostkust (Knokke-Heist, Brugge en Damme) in april 2014 waarbij de weerstand van de ondergrond werd bepaald. Een helikopter vloog toen parallelle lijnen met een tussenafstand van 250m, met uitzondering van het Zwin waar een tussenafstand van 100m werd gehanteerd. De data op deze vluchtlijnen werd samen met de data van de tweede meetcampagne (2017) gebruikt om de verziltingskaart 2014/2017 op te maken en geeft aan waar effectief gemeten werd. Bij de datapunten horen ook resistiviteitsprofielen. Deze geven de weerstandsverdeling in de ondergrond weer langs de vluchtlijn waarop het datapunt gelegen is. Het betreft een weergave van de bulk resistiviteit, m.a.w. de algemene resistiviteit van de ondergrond (sediment + grondwater). De waarde van 6 ohm.m wordt hierbij algemeen beschouwd als de grens tussen zoete en zilte sedimenten. In de figuren zijn regelmatig onderbrekingen zichtbaar, op deze locaties kon de helikopter geen betrouwbare meting verrichten. De horizontale resolutie van deze figuren is de meetresolutie van de helikopter, met ongeveer een meting per 40m. De verticale resolutie is de laagindeling volgens de gebruikte inversiemethode.

Verziltingskaart 2014/2017 - helikoptermetingen (verziltingskaart_2017_datapunten)

Het betreft de datapunten van de twee meetcampagnes (2014 en 2017) van het elektromagnetisch onderzoek vanuit de lucht. De eerste campagne werd uitgevoerd aan de Oostkust (Knokke-Heist, Brugge en Damme) in april 2014 waarbij de weerstand van de ondergrond werd bepaald. Een helikopter vloog toen parallelle lijnen met een tussenafstand van 250m, met uitzondering van het Zwin waar een tussenafstand van 100m werd gehanteerd. De tweede campagne werd uitgevoerd in het kader van het Europese TOPSOIL project. In juli 2017 werden het Westelijk en Centraal kustgebied (Franse grens tot Boudewijnkanaal), het Meetjesland en Linkerscheldeoever in kaart gebracht. Voor het deelgebied Linkerscheldeoever werd samengewerkt met MOW-afdeling Maritieme Toegang, het Havenbedrijf Antwerpen, Maatschappij Linkerscheldeoever en het Agentschap voor Natuur en Bos. Bij dit onderzoek vloog een helikopter parallelle lijnen met een tussenafstand van ca. 250m. De data van beide meetcampagnes werd gebruikt om de verziltingskaart 2014/2017 op te maken en geeft aan waar effectief gemeten werd. Bij de datapunten horen ook verticale profielen langs de vlieglijn die de saliniteit van het grondwater weergeven. Voor de interpretatie wordt naast de saliniteit ook de bulk resistiviteit (in ohm.m), de lithologie, en de stratigrafie weergegeven. In de figuren zijn regelmatig onderbrekingen zichtbaar, op deze locaties kon de helikopter geen betrouwbare meting verrichten. De horizontale resolutie van deze figuren is de meetresolutie van de helikopter, met ongeveer een meting per 20 à 40m. De verticale resolutie is de laagindeling volgens de gebruikte inversiemethode.

There are currently no notifications for the service, click the feed icon to subscribe.